Papendrecht – Natuurgids Georg Ketting richt zich tijdens de kruidenwandeling met zijn wijze blik tot de toeschouwers. Zonder angst omklemt hij de steel van een brandnetel. Met één ruk trekt hij zijn hand omhoog.

Er gaat een kleine siddering door het publiek. “Niks aan de hand”, stelt Ketting z’n gehoor gerust. “Maar doe dit niet van boven naar beneden, want dat brandt enorm.” Nog zo’n wijze les: als je eenmaal gestoken bent door een brandnetel, ga dan niet wrijven. “Want dan wordt het alleen maar erger.”

Ketting spuide zaterdagmiddag in de heemtuin van de Natuur- en Vogelwacht De Alblasserwaard in rap tempo zijn immens grote kennis over de geneeskrachtige werking van kruiden. Reuma, spierpijn, vermoeidheid, steenpuisten, wondjes, blaren. Het maakt eigenlijk niet uit, overal is wel een kruid tegen gewassen. Eeuwenoude wijsheden, van generatie op generatie overgedragen, blijken ook in deze moderne tijd toepasbaar. “Mensen wisten vroeger precies waar heilzame en of eetbare kruiden te vinden waren”, zegt Ketting. De ene keer zijn het de bladeren, dan weer de wortels of de stengels. Of de jonge scheuten, de bloemen, vruchten of de zaden.

Plasproblemen
Ketting koestert de verguisde brandnetel. Ze zijn lekkerder dan spinazie en zitten boordevol vitaminen en mineralen, weet hij uit ervaring. “Het is goed voor vrouwen in een bepaalde leeftijd en voor mensen met steenpuisten. De wortel van de brandnetel kan tegenwoordig ook heel goed gebruikt worden voor mannen die moeilijk kunnen plassen.” Even verderop toont Ketting een ijzeren schaaltje met onder andere vrouwenmantel. “Schaaltje in de vrieskast en je kunt de bloemen gewoon eten.” En dan het kleefkruid. “Als de bolletjes wat droger zijn, kun je er heerlijke koffie van branden.”

Ketting gaat op zijn knieën voor vrouwenmunt. De toehoorders schuiven nieuwsgierig dichterbij. Een enkeling schrijft de wijze lessen driftig in een speciaal schriftje. “Wrijf maar eens met je hand over het blaadje”, zegt Ketting tegen een jong meisje. “Het ruikt naar kauwgom. Hier heb ik m’n eigen thee van gemaakt. Ik heb er wat kamillebloemetjes bij gegooid. Niet te lang laten trekken, want anders wordt het bitter.”

Er volgt nog een hele rits kruidenwijsheden. Over het boerenwormkruid: houdt vliegen buiten. Of de rustgevende Valeriaan. “Niet langer dan drie of vier weken gebruiken. Katten zijn er dol op.” De wortels van de Zilverschoon werden in de zeventiende eeuw als groente gegeten. Van de vlierbes kan heerlijke jenever worden gemaakt. Maar doet nog veel meer. “Vroeger nam men eerbiedig de hoed af voor de vlierstruik. Onderzoek heeft aangetoond dat de struik 99 procent van alle bacterieën doodt. Zelfs het vogelgriepvirus.”

Na anderhalf uur vindt Ketting het wel genoeg. Een mevrouw uit Papendrecht protesteert. Maar wel heel complimenteus. “Ik wil dat u doorgaat. U bent zo’n aardige en mooie man.”

@DickAanen