Amsterdam – De 93-jarige Albert (Ab) Dolfing was tot voor kort nog altijd actief als collectant in de Pelgrimskerk aan de Van Boshuizenstraat in Amsterdam-Buitenveldert. Met ingang van het nieuwe jaar zette hij er een punt achter.

Maar liefst 46 jaar ging Albert rond met de collectezakjes. Hij begon ermee in de hervormde gemeente ‘De Ontmoeting’ en zette dat voort in de Pelgrimskerk. ‘Geestelijk gaat het nog goed met mij, maar lichamelijk krijg ik toch wel wat ongemakken. Ik word minder stabiel. En ik wil niet meemaken dat er iets onaangenaams gebeurt terwijl ik aan het collecteren ben.’

Albert woont al 57 jaar in een appartement aan de A.J. Ernststraat, vlakbij de Europaboulevard. Drie jaar geleden overleed zijn vrouw. Ook van het grote clubje vrienden is bijna niemand meer over. Gelukkig heeft Albert kinderen en kleinkinderen, waar hij een goed contact mee heeft. Ook de kerk is een vast ankerpunt in zijn leven. ‘Als ik een paar weken niet geweest ben voelt het weer goed om terug te zijn. Ik heb de diensten nodig omdat ik op die manier bij de les word gehouden. Maar bovenal zou ik de gemeenschap met de andere gemeenteleden niet willen missen.’

Naast collectant was Albert Dolfing drie keer lid van een beroepingscommissie. Hij was ook medeoprichter en vervolgens 15 jaar medewerker van wijkblad PIO. De kerkelijke gemeente deed nooit tevergeefs een beroep op Albert als kerkbezoekers vervoer nodig hadden.

Boerenzoon
Albert Dolfing werd in 1925 geboren in een dorpje in Drenthe. De boerenzoon ging na de ULO aan de slag bij de Vuil Afvoer Maatschappij (VAM): eerst op het kantoor in Drenthe en na zijn militaire diensttijd op het hoofdkantoor in Amsterdam. Hij werkte er 44 jaar lang onafgebroken tot aan zijn pensionering.

Zijn vrouw kwam ook uit een boerengezin, maar volgde haar man maar wat graag naar de hoofdstad. De eerste jaren woonden ze in de Rivierenbuurt (inwonend), later in een driekamerappartement in het toen nog maagdelijke Slotermeer. ‘Het was toen nog één grote zandwoestijn.’ In Buitenveldert, waar hij in 1962 met het jonge gezin (drie kinderen) neerstreek, was het al niet veel beter. “We belandden opnieuw in een zandstorm. Er waren in die jaren nog geen bakker, slager of groenteboer. De melkboer was gevestigd in een garagebox. Winkeliers uit de Rivierenbuurt kwamen bestellingen opnemen. Op die manier werden we in leven gehouden. In de strenge winter van 1962/63 met dat enorme pak sneeuw waren we enige tijd van de buitenwereld afgesloten.” Maar wonen aan de rand van de wijk had ook voordelen. ‘We keken toen vanuit onze flat over de weilanden en de Amstel.

Kerkgebouw
Buitenveldert groeide in de jaren zestig als kool. Het ene na het andere complex werd opgeleverd. Voor de hervormde nieuwkomers was niet gelijk een kerkgebouw beschikbaar. ‘We kerkten aanvankelijk in een schoollokaal’, zegt Albert. ‘Daarna konden we terecht in een schaftkeet en vervolgens was er plaats in een houten noodkerkje aan de Van Leijenberghlaan. Bij het schaftlokaal hadden we wel een probleem: voordat we er zondag konden kerken, moest er zaterdag eerst een schoonmaakploeg aan de slag. Veel bouwvakkers van toen pruimden tabak. Dan weet je het wel.”

Uiteindelijk kreeg de hervormde gemeente van Buitenveldert-Noord op de hoek van de A.J. Ernststraat en de Van Leijenberghlaan de beschikking over een echt kerkgebouw: de Ontmoeting. Albert: ‘Ik zat in de bouwcommissie. Ik wist niks van bouwen, maar was wel goed in notuleren en moest de financiering in de gaten houden.’

Fusie
Door de ontkerkelijking vanaf de jaren zeventig moest de Hervormde Pinkserkerkgemeente van Buitenveldert-Zuid later fuseren met geloofsbroeders en –zusters van de Ontmoetingskerk. Nog veel later volgde de fusie met de gereformeerde Pelgrimskerk. Albert: ‘Voorheen waren het twee gescheiden werelden. In de jaren tachtig is daar verandering in gekomen door het Samen op Weg-proces. De kerkenraden gingen gezamenlijk vergaderen, er werden gezamenlijke diensten gehouden. In die periode moest ook het gebouw De Ontmoeting dicht, omdat het stadsdeel op die plek een multifunctioneel centrum wilde bouwen. We verhuisden toen naar de Pelgrimskerk.’

Albert heeft indirect een belangrijke zetje in het fusieproces gezet. Hij stelde aan de kerkenraad voor om de beide kerkbladen samen te voegen tot één wijkblad. Die stemde in en zodoende ontstond het nieuwe blad Pioniers in Ontmoeting (PIO). ‘Het blad moest bezorgd worden bij circa 1400 adressen. Ik heb van beide gemeenten mensen bereid gevonden mee te werken aan het nieuwe wijkblad en ook gezorgd dat er voor de bezorgers werkbare wijken ontstonden. In totaal waren er wel 50 mensen op de één of andere manier actief voor het blad.’

Zorgelijk
Voor iemand die de bloeitijd van de kerk in Buitenveldert nog heeft meegemaakt doet het pijn om het tanende kerkbezoek te moeten meemaken. ‘Het kerkgebouw De Ontmoeting met 240 zitplaatsen zat vroeger vol. In de Pelgrimskerk was ooit plaats voor 660 mensen. De kerkzaal is inmiddels veel te groot geworden en aangepast aan de nieuwe situatie. Er komen op zondag tussen de zestig en honderd mensen. Veelal bejaarde en hoogbejaarde mensen, zoals ikzelf. Ik zou niet weten wanneer in de Pelgrimskerk iemand is getrouwd of dat er iemand is gedoopt. Ik vind dat zorgelijk. Maar toch vind ik het fijn dat de kerk er nog is en ik hoop dat mij nog enige tijd gegund is om samen kerk te zijn met mijn geloofsgenoten.’

Dick Aanen, februari 2019