Everdingen – Het midden van een slechts anderhalve hectare groot griendbos, het geroezemoes van de A2 op hoorbare afstand, is in zwoele zomernachten het decor van stampend feestgedruis.

De ochtend erna raapt Aart Horden in het bosje –zelf praat hij liever over vijftienduizend vierkante meter, klinkt beter- de felgekleurde bloemkelkjes op die enkele uren daarvoor van de ranke lijven van tropische dames zijn gedwarreld.

Aart is Aart: een fijnproever als het op dames aankomt. Met ondeugd in zijn stem. ‘Hindoestaanse vrouwen. Mooi hoor.’ En, dubbelzinnig: ‘Ik ben veertig jaar te vroeg geboren.’ Met veel gevoel voor drama laat hij de techniek zien. Het griendhoud wordt zijwaarts door hem benaderd. Het kapmes haalt uit en doorklieft de taaie takken alsof het door zachte boter glijdt. Dit is opwindend werk.

Horden was zijn leven lang griendwerker: eerst verkocht hij zich aan een stelletje rijke landheren, die heel wat bezit hadden in de Vijfheerenlanden. Dresselhuys en dat soort mannen. Natuurlijk: het was een hard en armetierig bestaan, maar terugdenkend aan die tijd, wordt Aart bevangen door melancholie.

De tweede helft van zijn leven is door z’n vingers geglipt, terugdenkend aan die glorieuze tijden in het bosje. Met de werkopzichter erbij, die weliswaar toestond dat je je tijd verdeed, als je maar aan je productie kwam. Voor Aart uit Everdingen geen probleem. En je werkte je letterlijk krom voor een paar rotcenten.

De hoge heren van het dorp
Maar dit leven was te verkiezen boven dat van een boerenknecht, die natuurlijk ook uitgebuit werd. Het mooiste moment was de novemberdag dat het griendhout werd uitgemijnd bij de plaatselijke notaris. Vooraan zaten de hoge heren van het dorp, achterin de arme sloebers. Later kwamen de grienden in bezit bij het Zuid-Hollands Landschap. De echter boeren keken met enig dédain neer op dat onbruikbare stukje griendbos. De natuurorganisatie had op zijn beurt weer zijn eigen mores. ‘Gecreosoteerd hout, daar stond de doodstraf op.’

Kunstje
Horden leidt elke geïnteresseerde rond: plattelandsvrouwen, hoge heren van de Lionsclub en natuurfreaks. Telkens doet ‘ie zijn kunstje. Altijd met veel gevoel voor theater. Gaat op zijn knieën zitten en doet voor hoe het griendhout werd gewied.

Trekt vervolgens met een krachtige beweging nog één keer, lardeert zijn verhalen met grappen, oneliners en citaten. De toehoorders vinden het fantastisch. Aart geniet ervan. Ondertussen vraagt hij zijn publiek het hemd van het lijf.

Aart de griendwerker en de levensgenieter. In die laatste hoedanigheid steekt hij zijn bewondering voor vrouwelijk schoon niet onder stoelen of banken. Zijn echtgenote is twaalf jaar jonger. Een familietrek. Want zijn overgrootvader was al 60, toen hij zijn veel jongere vrouw bezwangerde. Destijds zonder de lawaaiige snelweg op de achtergrond.

Dick Aanen, najaar 2005