Tricht • Het Betuwse dorp Tricht werd op zondagmiddag 25 juni 1967 tussen vijf en zes uur volledig overdonderd door een verwoestende windhoos.

Eerder die middag waren ook het Belgische dorp Oostmalle en het Brabantse Chaam getroffen. De slurf was weer opgestegen en stortte zich rond verkeersplein Deil met een enorme kracht naar beneden. “Ik hoorde een vreselijk lawaai en het water van de Linge scheidde zich als in de Rode Zee, je kon er gewoon doorheen lopen”, zegt de dan 14-jarige ooggetuige Jan Stolk. Vissers in hun bootje werden meters hoog meegevoerd.

Enkele seconden later werd de nieuwste uitbreidingswijk van Tricht bijna compleet van de kaart geveegd. Bomen werden uit de grond gerukt. Stenen, auto’s en meubelstukken vlogen door de lucht. Alles gebeurde in een tijdsbestek van enkele seconden. Van Vlijmen: “De bewoners werden totaal overdonderd. Van het ene op het andere moment waren ze alles kwijt.”

Brokstukken
Er vielen vijf doden en 32 gewonden, 50 huizen werden onherstelbaar vernietigd, ongeveer eenzelfde aantal liep grote schade op. “In de verre omtrekt, tot voorbij Gorinchem, vallen brokstukken, golfplaten en graspollen die door de windhoos hoog waren opgezogen”, schrijft Jan Buisman in zijn boek Extreem weer! Er zijn zelfs spullen teruggevonden in de Noordoostpolder. Volgens het KNMI had de windhoos de kracht van een Amerikaanse tornado. 

Het persoonlijke leed was enorm, zegt Trichtenaar Ton van Vlijmen, die in 2017 een theatervoorstelling maakte over de gebeurtenissen van 50 jaar eerder. “Vergeet niet: het was 1967. Er was in die tijd bijvoorbeeld nog geen traumahulp.”

Het is volgens Van Vlijmen een geluk bij een ongeluk dat veel mensen op die dag niet thuis waren. Velen zochten verkoeling bij het water.

Solidariteit
Zoals bij elke ramp zorgde de ramp voor een grote onderlinge solidariteit. Koningin Juliana bracht een bezoek aan het getroffen gebied. Via een hulpactie werd duizenden guldens ingezameld. “Wat mij het meeste indruk heeft gemaakt is de veerkracht die de mensen uit Tricht toonden om na de ramp door te gaan”, zegt Van Vlijmen. “Ze gingen niet bij de pakken neerzitten, staken de handen uit de mouwen en hielpen elkaar waar dat kon.”

Al na een paar weken werd gestart met de herbouw van het dorp. Bouwvakkers offerden hun vakantie op om de beschadigde huizen op te knappen. In november konden veel getroffen bewoners al weer terug naar hun eigen plekje.

Dick Aanen/André Bijl
Het Kontakt, juni 2017