Vuren – Alje Dijkema is 102 jaar oud en eigenlijk nog allemachtig vitaal. 

Natuurlijk: ook bij deze inwoner van Vuren komt de ouderdom met kleine gebreken. Hij slikt wat bloedverdunners, hoort wat minder goed en heeft af en toe moeite om de kleine lettertjes in de krant te lezen. Maar voor de rest gaat het eigenlijk prima met zijn gezondheid. De dokter is verbaasd over zoveel levenslust. “Kerel, gefeliciteerd, reageerde hij enthousiast nadat ik me had laten onderzoeken. Een combinatie van zo’n hoge leeftijd en zo’n vitaal lichaam was volgens hem heel zeldzaam.”

Een dienstdoende gereformeerde dominee was nieuwsgierig naar het geheim van Dijkema. “Wat heb je daarvoor gedaan en wat heb je nagelaten?, vroeg hij zich af. Ik antwoordde: ‘weinig drinken, niet roken en een sober leven.’ Ik loop nog niet gebogen, zoals veel van mijn leeftijdsgenoten. Ik heb goed geluisterd naar m’n moeder. Als ik naar school wandelde riep ze me na: ‘Alje, rechtop.’”

In de zomer brengt Alje dagelijks nog uren door in zijn kolossale tuin, een paradijsje van liefst 3000 vierkante meter. Hij kwam er begin jaren zeventig wonen. Toen werden in zijn tuin zo’n 1350 bomen en struiken geplant. Inmiddels is dat aantal gereduceerd tot 80. En dat is maar goed ook. Het aantal is goed te behappen voor de Vurenaar met groene vingers. “Als ik na twintig minuten moe word, ga ik gewoon een half uurtje op de bank liggen en daarna ben ik weer zo fris als een hoentje.” Het werken in de buitenlucht doet hem goed. “De tuin is mijn behoud”, zegt hij. Er is elke dag wel wat te doen: schoffelen, snoeien, harken, kruien. “Het verwijderen van het onkruid tussen de tegels is nog de lastigste klus.”

Alje Dijkema groeide op in Groningen (in de buurt van Rodeschool) en wilde het liefst boer worden, net als z’n vader. Door de crisis van de jaren dertig ging dat echter niet door. Hij werd uiteindelijk docent in het landbouwonderwijs. Dijkema verkaste na de oorlog naar het westen. In 1947 werd hij de eerste directeur van de net opgerichte Middelbare Landbouwschool in Gorinchem. Hij stond aan de basis van de carrière van hele generaties boeren in de streek.

Agrarische studieclub
Dijkema was in de winter van 1960/61 ook de oprichter van de bedrijfseconomische studieclub voor agrariërs. Tot z’n 83e maakte hij verzamelstaatjes van de boekhoudcijfers van de individuele leden en berekende de kosten en opbrengsten per liter geproduceerde melk. De resultaten werden dan tijdens een volgende bijeenkomst bestudeerd.

De agrarische studieclub bestaat nog steeds en maakt nog regelmatig gebruik van de opgedane kennis. Alje Dijkema is erelid. “Soms zoeken de leden van weleer mij nog wel eens op. De oudste van hen is inmiddels ook al 83.” Hij voelt zich een begenadigd mens. “Ik verbaas me elke dag weer over de natuur: de zonsopgang, maar ook zo’n proces van composteren. De natuur: het is één groot wonder.”

Dijkema is op hoge leeftijd nog nauw betrokken geweest bij interessante projecten. Zeven jaar geleden werd zijn kennis ingeroepen bij de inrichting van de tuin van de joodse dijksynagoge in Sliedrecht. De grond werd ingeplant met honderd Bijbelse planten. “Dat was allerminst een makkelijke opgave. Maar ik heb het met veel liefde gedaan. De joden is zoveel onrecht aangedaan. Als christen wilde ik graag iets terugdoen.”

Composteren
Nog steeds is Dijkema geïnteresseerd in alles wat groeit en bloeit. Hij heeft zich de laatste jaren vooral beziggehouden met het composteren van gras. Hij doet dat in samenwerking met de agrarische natuur- en landschapsvereniging Den Hâneker en maandblad Groei en Bloei. Dijkema beschouwt compost als redmiddel voor de door stikstof verschraalde tuinbouwgrond. Hij deelt de conclusie van de internationale Voedsel- en Landbouworganisatie, die compost ziet als het zwarte goud, dat de wereldvoedselsituatie moet veilig stellen.

In 2009 kwam Dijkema tot de conclusie dat er in Nederland geen echt goede composteringsapparaten te krijgen waren. Hij probeerde eerst nog de hoog gewaardeerde Amerikaanse Urban Compost Tumbler, maar het apparaat beschikte over onvoldoende isolerend vermogen. In z’n verdere zoektocht stuitte hij vorig jaar op een Tumbler van Duits makelij: de Lifetime Trommel Komposter. “Het apparaat beschikt over een dubbelwandige tumbler en dat had ik nog niet eerder meegemaakt. Bovendien was de binnenkwant van de wand isolerend en wentelde de zeshoekige cilinder in zes etappes per omwenteling. De massa werd dus veel intensiever door elkaar gegooid dan bij het in één klap rondtuimelen van de ‘Amerikaan’, waar de massa na tumbling weer stillag.”

Uit alles bleek volgens Dijkema dat er grondig en zeer deskundig over de constructie van het Duitse apparaat was nagedacht. De ontstane warmte werd zo goed vastgehouden dat de buitenwand koud bleef. Dijkema ontdekte dat de massa na zes dagen tot éénderde was geslonken en het gras compost was geworden “Als de temperatuur gaat dalen moet het deksel worden geopend, zodat de waterdamp kan verdwijnen. Na dag zeven kan de compost in de buitenlucht drogen. Aan het gras wordt zaagsel toegevoegd. De compost kan ten slotte in zakken worden afgevoerd.”

Dick Aanen, juli 2015