Groene Hart –  Ondernemers in de Alblasserwaard/Vijfheerenlanden zijn bang dat de bedrijvigheid verdwijnt uit de kleine kernen.’Welke kant gaan we op in het Groene Hart?’, vraagt de Goudriaanse ondernemer  Rijkus Krabbendam zich af.

Krabbendam is voorzitter van ondernemersvereniging De Graafstroom.
De laatste weken werd voor hem weer eens pijnlijk duidelijk dat er in de dorpskernen eigenlijk geen meter ruimte meer is voor nieuwe, maar ook bestaande bedrijvigheid. Verdere verstening van het buitengebied is volgens het nieuwe provinciale structuurplan en het bestemmingsplan buitengebied in zijn gemeente uit den boze. De Groot Drukkerij, timmerfabriek Bos, modezaak Bas van Zessen: ze krijgen er allemaal mee te maken. En ook de bedrijfsactiviteiten in de fraai verbouwde boerderij van Krabbendam zelf staat onder druk.

Grotere bedrijven in het middengebied en de zogenaamde Lekzone moeten volgens regiobeleid (passief) worden verplaatst naar de grote bedrijventerreinen. De vrijkomende locaties kunnen daarna worden verkaveld voor de lokale kleinschalige bedrijvigheid. Een dergelijke aanpak wordt momenteel ook al gevolgd bij de verplaatsing van transportbedrijven naar de locatie Schelluinen-West.
De regionale bestuurders hebben wel uitgesproken dat gemeenten in de plattelandsdorpen ruimte moeten bieden aan kleinschalige lokale bedrijvigheid.

Natuurlobby
Krabbendam vindt dat de discussie over het Groene Hart tot nu toe te veel is gevoerd door de natuurlobby. Een medebestuurslid spreekt gekscherend over ‘de naturisten’: bewoners die sterk pleiten voor behoud van het cultuurlandschap en bescherming van de weidevogels. Niks mis mee. Maar ze hebben tot nu toe te veel de discussie gedomineerd, vindt Krabbendam.

Hakken in het zand
Krabbendam: ‘De bestuurders in de regio belijden met de mond dat ze oog hebben voor de economische vitaliteit van het gebied. Maar als het aankomt op de ruimtelijke ordening, gaan plots de hakken in het zand.’ Het is Krabbendam niet duidelijk wat er nog wel en niet langer mogelijk is. ‘Er is nog ruimte voor bedrijven met een geringe milieubelasting en een geringe verkeersaantrekkende beweging. Maar de grenzen zijn niet duidelijk en daardoor ontstaat veel discussie en onbegrip tussen ondernemers, publiek, ambtenaren en burgers. Het zou een goede ontwikkeling zijn als de ondernemersverenigingen de handen ineen slaan en een gebiedsvertegenwoordiger zouden aanstellen die het belang van economische vitaliteit behartigt.’

Dick Aanen