Amstelveen • De Paaskerk in Amstelveen heeft sinds februari 2016 een speciale band met Tunga Dorj, politiek vluchteling uit Mongolië. ‘Ik heb veel vriendschap en warmte ervaren en ik wil heel graag iets terug doen voor de kerk’, zegt de kleine, dappere vrouw.

Aan de wand van haar appartement in de Westwijk hangen foto’s van familie en vrienden die haar dierbaar zijn: natuurlijk haar moeder en haar twee zoons die noodgedwongen moesten achterblijven in Mongolië.

Maar ook van het predikantenechtpaar Pieter en Nelleke de Bres, die haar in Amstelveen liefdevol begeleiden. Vol trots toont Tunga ook de foto van de receptie die in november werd georganiseerd nadat ze met succes haar inburgeringsdiploma had gehaald. Dominee Gert Jan de Bruin componeerde een speciaal lied. Als tegenprestatie bakte Tunga heerlijke Mongoolse koekjes.

Bewogen leven
Tunga heeft een zeer bewogen leven achter de rug. Ze werd in 1963 geboren in Ulaanbaatar, de hoofdstad van Mongolië. Een groot deel van haar jeugd bracht ze door in Moskou, waar haar vader en moeder functies bekleedden bij de Mongoolse ambassade. Na haar universitaire studie werkte ze als hoofddocent Russich, Engels en Vreemde talen. Daarnaast was ze tolkvertaler en actief als freelance gids van reizen, dagexcursies en conferenties.

‘Kapot gemaakt’
In 1987 kwam Tunga voor de eerste keer in aanvaring met de regerende Communistische Partij in haar land. “Ik heb slechte herinneringen aan die tijd. Ze hebben me kapot gemaakt.” Ze vluchtte uiteindelijk in 2002 naar Zwitserland, waar ze werk vond als kamermeisje in een hotel in Zürich. In 2004 keerde ze teug naar Mongolië.

Ze woonde daarna  nog drie jaar als asielzoeker in Oostenrijk, maar daar kwam in 2009 ook een eind aan. In 2014 werd de grond in haar geboorteland opnieuw te heet onder haar voeten en vluchtte ze naar Nederland. Amper een half jaar na haar aankomst in het asielzoekerscentrum in Almere kreeg ze van de IND een verblijfsvergunning. Begin 2015 verhuisde ze naar haar nieuwe flat in Amstelveen. ‘Ik heb een inburgeringscursus gedaan en dat was een groot succes. Ik heb in één dag examen gedaan in alle vijf verplichte vakken. En deze met succes afgerond.’

Tunga weet dat ze niet terug kan naar haar geboorteland. ‘Mijn toekomst is in Nederland, maar mijn gedachten zijn nog elke dag in Mongolië. Ik maak me grote zorgen over wat er daar gebeurt met mijn twee zoons. Vooral over het lot van mijn jongste zoon. Hij is overgestapt van de Communistische Partij naar de Democratische Partij en werkt dit jaar mee aan de verkiezingen. Maar hij wordt nog steeds geïntimideerd door zijn oude partij.’

Vitaliteit
Ondanks alle moeilijkheden straalt Tunga één en al levenslust uit. Ze is een harde werker. Ze stortte zich het afgelopen jaar in allerlei vrijwilligersklussen. Ze is baliemedewerker bij Centrum West, gastvrouw bij de Zonnehuisgroep, talentcoach bij de Regenbooggroep en gastvrouw bij de Protestantse gemeente Amstelveen-Buitenveldert. ‘Ik ben erg gedreven om anderen te helpen.’

Tunga maakte tijdens haar verblijf in Oostenrijk een documentaire over vluchtelingen: ‘Asylum in Osterreich’. Ze heeft plannen om zo’n documentaire ook te maken voor de Nederlandse situatie.  ‘Ik wil laten zien dat vluchtelingen gewone mensen zijn en dat niet iedere vluchteling hetzelfde is. Ik ben er heel erg van overtuigd dat vluchtelingen zo snel mogelijk na aankomst in Nederland aan het werk moeten. Want verveling en nietsdoen is heel slecht. Werkritme zorgt ervoor dat vluchtelingen niet in de criminaliteit terechtkomen.’

Lichamelijke klachten
Tunga lijdt aan ernstige lichamelijke klachten, waar ze liever niet mee te koop loopt. Haar schaambeen is tijdens martelingen in de gevangenis aangetast. ‘De pijn is chronisch en wordt steeds erger. Er zijn dagen dat ik werkelijk tot niks in staat ben. Dan lukt het me zelfs niet om naar het toilet te gaan. Het is heel moeilijk om het te accepteren. Ik schaam me om een rollator of een scootmobiel te gebruiken.’

Tunga weet dat ze sterk moet zijn. ‘Ik weiger om bij de pakken neer te gaan zitten. Het enige wat ik kan doen is gewoon aan het werk te blijven. Ik ben waanzinnig druk, met van alles en nog wat. Ik heb geen tijd te verliezen.’

Ondanks de pijn voelt Tunga zich momenteel een gelukkig mens, vooral door de warmte, het respect dat ze om zich heen ervaart van haar vrienden. ‘Toen ik in Amstelveen kwam wonen, heb ik me best wel eenzaam gevoeld. Totdat ik met de mensen van de kerk in contact kwam. Zij hebben mij geestelijk enorm gesteund. Als ik pijn heb of me zorgen maak over de toestand in Mongolië, weet ik dat ik niet alleen sta in m’n strijd.’

Dick Aanen, maart 2017
Interview verscheen eerder in het blad Present