Groene Hart • Het toeristische aanbod in het Groene Hart is te versnipperd en te kleinschalig. Dat is de mening van John de Hoorn, directeur van Vogelpark Avifauna in Alphen aan de Rijn.

Hij was vorige week donderdag in fort Wierickerschans in Bodegraven één van de sprekers tijdens een conferentie over de gastvrijheidseconomie van het Groene Hart, een conferentie georganiseerd door Stichting Groene Hart.
Het Groene Hart scoort maar matig in vergelijking met andere toeristische gebieden in Nederland. De regio staat ergens op de 23ste plaats van bekende gebieden in Nederland. In 2011 voorzag de toerisme- en recreatiesector het Groene Hart van 36.900 banen – 5,4% van de totale werkgelegenheid in het Groene Hart. Dit ligt lager dan landelijk, waar dit percentage in 2011 7,1% bedroeg.

En toch is het Groene Hart toeristisch gezien één van de meest kansrijke plekken van Nederland, vindt De Hoorn. Een belangrijke oorzaak dat het gebied volgens hem toch achterloopt is het idee dat het Groene Hart moet worden beheerd als reservaat, dat vooral groen moet blijven. Dat idee zou niet verenigbaar zijn met (grootschalig) toerisme. “Maar het tegendeel is waar. De gebieden die in Nederland mooi groen zijn gebleven zijn toeristische gebieden. Kijk naar de Veluwe en het noorden van Drenthe.”

Een ander probleem is dat kleinschaligheid nog steeds wordt toegejuicht. “Het liefst zien wij een molen en twee fietsers. Die kleinschaligheid is funest. Het betekent namelijk dat veel toeristische activiteiten nooit rendabel kunnen worden opgezet. Vergelijk het met winkelcentra. Die hebben ook trekkers nodig, zoals een supermarkt en een Mediamarkt. Dat geldt ook voor het Groene Hart. We hebben in het Groene Hart prachtige kroonjuwelen, maar we doen er te weinig mee.”
En dan is er nog de enorme versnippering. “Als er in een gebied ruimte is voor vier prachtige rendabele promotiefietsroutes, dan is er vast nog wel een subsidiepotje voor een vijfde route. En in plaats van vier rendabele routes, heb je opeens vijf onrendabele routes. Iedereen vindt recreatie leuk en iedereen denkt er verstand van te hebben. Maar toerisme is veel meer dan een hobby. Het Groene Hart verdient een krachtige vrijetijdseconomie, met een professionele aanpak.”

Plaspauze
Cees van der Vlist, directeur van Werelderfgoed Kinderdijk, hield zijn toehoorders een spiegel voor wat betreft gastvrijheid. “Zijn wij gastvrij? We zijn gratis toegankelijk en dat vinden wij Nederlanders fantastisch. Maar op een aantal punten zijn we totaal niet gastvrij. Kijk naar Werelderfgoed Kinderdijk. De toegangswegen, de bewegwijzering, het parkeren, de beleving is onvoldoende tot zwaar onvoldoende. Drie jaar geleden kon je in Kinderdijk niet fatsoenlijk naar het toilet. Het is gebeurd dat hier een bus met Amerikaanse toeristen langskwam voor een plaspauze. Ze zwaaiden met dollars en creditcards, maar die konden ze hier niet uitgeven. Er was slechts één toilet met een muntapparaat, die het niet deed.”
Toch moet Kinderdijk uitgroeien tot de poort van het toerisme in de streek. “Uit onderzoek blijkt dat Kinderdijk bij 68% van de Nederlanders bekend is. In Zuid-Holland is dat 84%. Maar de meeste mensen uit de streek en uit de Randstad zijn hier nog nooit geweest.”

Amsterdam Marketing
Volgens Frans van der Avert van Amsterdam Marketing is het een illusie te veronderstellen dat het Groene Hart zal profiteren van de miljoenen buitenlandse toeristen die jaarlijks naar Amsterdam komen. “Buitenlandse bezoekers komen gemiddeld 4,2 dagen naar Amsterdam en daarvan besteden ze 3,9 uur buiten de stad. Ze gaan op zoek naar iets wat je in Amsterdam niet kunt vinden. Belangrijk is dat je er binnen een uur moet kunnen komen, zoals de Keukenhof in Lisse, het Gooi, de Zaanse Schans, Haarlem. Denk niet dat ze een zeiltocht over de Plassen gaan maken. Want dat is een andere vakantie.”
Volgens Van der Avert moet het Groene Hart zich dan ook niet richten op de buitenlandse toeristen, maar veel meer op de Randstedelingen die het gebied nog amper kennen.

Dick Aanen, november 2014