Leerdam – Ben Heijting -de nieuwe PKN-predikant van Leerdam- vindt dat er in de kerk ruimte moet zijn voor andersdenkenden.

Heijting (50) is al een tijdje actief in zijn nieuwe gemeente, maar de definitieve verhuizing volgt pas als de verbouwing van de pastorie is afgerond. Dat gebeurt eind maart, begin april.

 Er ligt voor Heijting (getrouwd, vijf kinderen) een geweldige uitdaging. “De gereformeerde Bethelkerk en de hervormde wijkgemeente Noord zijn sinds het voorjaar van 2010 officieel gefedereerd, maar nu moet er hard worden gewerkt aan eenwording. Je zou kunnen zeggen: we zijn wel getrouwd, maar wonen nog niet samen. We hebben nu nog een soort lat-relatie. Soms gaat het om heel praktische zaken, zoals gezamenlijke kerkdiensten of de opzet van één kerkblad. De leden van de gemeente kerken nu nog in drie aparte kerkgebouwen: de Grote kerk, de Pauluskerk en de Bethelkerk. Het zou mooi zijn als daar de komende jaren wat meer duidelijkheid in komt.” Maar even zo belangrijk is de vraag naar  pluriformiteit: “Hoe kun je samen kerk zijn met mensen die het geloof heel divers beleven en invullen?”
Heijting, geboren in Zwijndrecht en opgegroeid in de Alblasserwaard, was na zijn studie theologie in Leiden predikant in Oude en Nieuwe Wetering, Terneuzen en de afgelopen tien jaar  in de jonge kerkelijke gemeente in de Dordtse wijk Stadspolders. “Het waren mooie, maar ook heel pittige, uitdagende jaren. Stadspolders was de eerste wijk, waar een Samen-op-weg-gemeente van de grond kwam. Dat zorgt voor een heel specifieke dynamiek. Mensen komen overal vandaan, nemen allemaal hun eigen verhaal mee, hebben allemaal zo hun eigen ideeën. Dat is heel inspirerend.”
Een hoogtepunt in Stadspolders was de opening van een nieuw kerkgebouw in 2005. “Ook is er een intensieve samenwerking tot stand gekomen met de paters van het klooster. Afgelopen winter waren wij de gastkerk voor zeventig Taizéjongeren. Dat is voor mij een mooie afsluiting geweest.”
Z’n ervaring in Dordrecht was voor de Leerdamse beroepingscommissie waarschijnlijk een belangrijke reden om voor Heijting te kiezen. “In Dordrecht heb ik geleerd dat het belangrijk is dat je kerk probeert te zijn voor een brede groep. We hadden een evangelische flank, meer liturgisch georiënteerde gemeenteleden en een groep met een confessionele beleving. Allen moeten tot hun recht komen. Ook in de liturgie. Ik vind het fijn om naast psalmen ook af en toe een evangelisch lied te zingen of een lied uit de nieuwe kerkbundel Tussentijds.”
Heijting maakte in zijn persoonlijke geloofsleven de afgelopen jaren een duidelijke ontwikkeling door. Hij kerkte in zijn jeugd in een Hervormde bondsgemeente, raakte op de middelbare school betrokken bij het interkerkelijk jeugdwerk (‘koffiebar’). Volgde voorafgaande aan zijn universitaire studie het evangelisch/creationistische onderwijs op de Evangelische Hogeschool. “Maar ik ben ook beïnvloed door m’n studie in het moderne Leiden. Later ben ik lid geworden van de confessionele vereniging. In Brussel heb ik nogal wat joodse invloeden meegekregen. Ik voel me een modern mens, maar wel heel duidelijk in een christelijke traditie. In mijn geloofsleven is langzamerhand meer ruimte gekomen voor andersdenkenden. Maar ook ruimte voor mezelf om anders te denken. “
 In Terneuzen werd hij bijvoorbeeld getroffen door het contact met joden en palestijnen, waardoor hij gemotiveerd raakte om letterlijk de ruimte te zoeken. “Het werk als predikant is er alleen maar spannender op geworden”, vindt Heijting.
 Veel van de moderne vragen en twijfel herkent Heijting ook bij zichzelf. “Ik zeg wel eens: ongeloof is niet alleen iets van buiten de kerk. Dat ongeloof moet je in de kerk een plek geven. Ook de Bijbel staat vol met vragen. Die ruimte moet er zijn in de kerk. Maar tegelijkertijd weet ik ook dat er grenzen zijn. Het is boeiend om je in andere religies te verdiepen. Maar het vervangt voor mij niet het christelijk geloof.”
 Dick Aanen, maart 2011