Amsterdam – De Amsterdamse straatarts Co van Melle is inmiddels 81, maar op z’n ouwe dag blijft de bekende actievoerder van weleer zich onverminderd inzetten voor verslaafden, daklozen en uitgeprocedeerde vluchtelingen.

‘Als iemand geen dak boven z’n hoofd heeft, dan sta ik klaar om te helpen. Daar hoef ik geen moment over na te denken. Ik ben niet iemand die constant met Bijbelteksten strooit, maar ik laat me wel inspireren door de opdracht van Jezus uit Mattheüs 25 om de vreemdeling te herbergen.’

Spreekuur
Co lijkt onvermoeibaar. Hij peddelt nog bijna elke dag hele stad door. Als straatarts houdt hij één keer per week geheel belangeloos spreekuur voor vluchtelingen, die anders domweg verstoken blijven van medische zorg.

Daarnaast repareert hij fietsen voor vluchtelingen. Co is actief betrokken bij We Are Here, een groep uitgeprocedeerde vluchtelingen die luidkeels aandacht vragen voor hun situatie. Mensen die nergens terecht kunnen, maar toch steeds weer creatieve mogelijkheden vinden om iets aan hun benarde situatie te doen.

Co wordt door inzet op handen gedragen. In augustus werd in een petitie opgeroepen om een brug over het IJ te vernoemen naar hun grote held. ‘Hij is de bruggenbouwer tussen arm en rijk, dak- en thuislozen…mensen die wel of niet de juiste papieren bezitten. Of je ‘illegaal’, ‘legaal’ of onverzekerd bent; hij staat altijd voor je klaar.’

Zelf heeft Melle overigens niet zo’n hoge dunk van zichzelf. Die brug zou naar het Java-eiland gaan, maar daar kom ik nooit.’

Nooit de gebaande wegen
Co bewandelde in zijn leven nooit de gebaande paden. In de jaren zeventig ontfermde hij zich als basisarts al over Turkse gastarbeiders. En ook was hij een bekende actievoerder. In 1989 zat hij een half jaar vast nadat hij op vliegbasis Woensdrecht jachtbommenwerpers met een bijl had bewerkt.

Tent in Diaconietuin
We Are Here startte vijf jaar geleden in de diaconietuin van de Protestantse Kerk Amsterdam. ‘Ik zag daar vluchtelingen op de trap zitten. Ik ben toen in actie gekomen. Op straat vond ik een groot zeil. Die heb gespannen over de beelden van de Zeven Barmhartigheden. Daaronder is men gaan slapen. Al snel ging het nieuwtje rond dat je bij het Wereldhuis kon slapen. Het werden uiteindelijk 30 mensen.

Drie weken later startte de groep een tentenkamp aan de Notweg in Amsterdam-Osdorp, waar uiteindelijk negentig vluchtelingen neerstreken. De ontruiming van het kamp en de arrestatie van de tijdelijke bewoners trok veel landelijke media-aandacht. De groep zwierf vervolgens van het ene naar het andere gekraakte pand. Van de vluchtkerk naar de vluchtflat. En daar vandaan weer naar het vluchtpark, de vluchtgarage en de vluchtschool. In 2015 koos de gemeente Amsterdam voor een minimale Bed-, Bad- en Broodvoorziening. ‘Eigenlijk belachelijk’, zegt Co. ‘Ze mogen daar verblijven van vijf uur ’s middags tot negen uur ’s morgens. Daarna moeten ze maar zien hoe ze de dag doorkomen.’

Goedemorgen-team
Van Melle maakt deel uit van het Goedemorgen-team in de Pelgrimskerk in Amsterdam, die op zondagmorgen voor de kerkdienst een uurtje opvang biedt voor vluchtelingen die de nacht hebben doorgebracht in de BBB-voorziening in Buitenveldert.

De groep bestaat elke week uit zo’n vijf of zes vluchtelingen. Vaak Somaliërs, een enkele Ethiopiër. Meestal moslims. Af en toe een Eritrese christen. Melle: ‘Het is soms moeilijk om tot ze door te dringen. Ze zijn achterdochtig, want ze denken toch dat de kerk een verkapte organisatie is van de overheid. ‘Wat willen ze van ons?, vragen ze zich af. Er is toch een soort angst voor het christelijke.’

In de kerk krijgen ze koffie. Co: ‘We gaan de mensen natuurlijk niet vragen of ze Jezus al kennen. We praten over koetjes en kalfjes. Maar natuurlijk ook serieuze onderwerpen. Over de opvang in de BBB of we informeren of ze al een advocaat hebben.’

Kantorenpand
Na de rumoerige begintijd lijkt alles in een wat rustiger vaarwater te zijn terechtgekomen. Zo is er momenteel een tijdelijk onderkomen in een voormalig kantorenpand aan de Joan Muyskenweg in Amsterdam Overamstel, waar Eritrese en Ethiopische vluchtelingen zijn ondergebracht. Ook zijn er enkele kleine bedrijfjes gevestigd. ‘Die betalen huur, gas en licht. En daarmee wordt ook de rest van het pand gefinancierd.’ Van Melle beseft dat het tijdelijke voorzieningen blijven en dat er ooit weer een eind aan komt. ‘Maar voorlopig worden we met rust gelaten door de gemeente.’ Van Melle is blij met de steun van de diaconie van de kerk. ‘Eigenlijk doet de diaconie het werk van de gemeente. De gemeente vindt het eigenlijk wel fantastisch dat er zoiets bestaat als een Wereldhuis. Maar het is niet goed en eigenlijk moet dat doorbroken worden.’

Melle weet voorlopig van geen ophouden. ‘Maar”, geeft hij eerlijk toe, ‘soms ben ik ook gewoon moe. Ik ruk niet altijd onmiddellijk uit. Veel mensen denken dat ik ieder moment beschikbaar ben. Maar ik heb ook een gezin. Ik heb een vrouw die elke dag voor me kookt. Als ik haar niet had, sliep ik ook ergens in een tent buiten. Ik vind het nog steeds heel bevredigend werk. Ik ben hier ooit mee begonnen en zal het niet loslaten.’

Dick Aanen

Gepubliceerd in Present, oktober 2017