Kinderdijk – Toon Heijkoop was twintig jaar lang machinist van het J.U. Smitgemaal. Vorige maand ging hij met pensioen.

“Een collega-machinist heeft bij z’n afscheid gezegd: ‘Toon, je wilt niet weten wat een last er van m’n schouders valt. Als je dit werk doet, ben je constant mee bezig: elk uur van de dag.’ Nu jaren later, nu ikzelf met pensioen ben, begrijp ik nog beter wat hij bedoelde.”

Toon begon op 1 september 1991. Hij had jarenlang ervaring als machinist in de aannemerij. Al snel vond hij z’n draai. Hij kwam onder de hoede van Dick Kanters: “Ik kon altijd bij hem terecht. Z’n aanwezigheid voelde als een hand op je schouder.” Al na een paar weken kende hij de fijne kneepjes van het J.U. Smitgemaal, een dieselgemaal uit 1972. De drie vijzels hebben een gezamenlijke capaciteit van 1.500 kubieke meter water per minuut. Het bemaalt de Lage Boezem van de Nederwaard en indirect dus een heel groot deel van de westelijke Alblasserwaard.

Vrij als een vogeltje
Als machinist heeft Heijkoop zich altijd zo vrij als een vogeltje gevoeld “Maar je hebt wel een enorme verantwoordelijkheid over een groot deel van het waterpeil in de Alblasserwaard. Je volgt bijna elk uur van de dag de weersverwachting, je kijkt naar de lucht: gaat het regenen?, blijft het droog?. Elke morgen moeten via een computerscherm de peilen van de 25 elektrische poldergemalen worden afgelezen. Zijn er gekke dingen? Op basis van die informatie moest je beslissen of je gaat malen of niet. Je bent dan helemaal aangewezen op je eigen inzichten. Als je maar blijft binnen richtlijnen van het zomer- en winterpeil. M’n vorige baas heeft wel eens tegen me gezegd: ‘ik heb liever dat je een beslissing neemt, ook al is het een foute beslissing. Als je geen beslissing neemt, dan weet je zeker dat het niet goed is.”

Een paar keer kwam het er echt op aan. Bijvoorbeeld in november 1998, toen ons land te maken kreeg met extreme neerslag. “Er moest 250 uur achter elkaar worden gemalen”, zegt Heijkoop. Ook moest acuut worden ingegrepen toen het naburige Overwaardgemaal werd getroffen door brand en het J.U. Smitgemaal het water uit de naastgelegen boezem moest bemalen.

Het gebeurde een keer dat Heijkoop  hartje zomer werd gebeld door een peilbeheerder op het waterschapskantoor in Tiel: “Meteoconsult verwachtte voor half vijf een bui van dertig millimeter bij Hoek van Holland. ‘Misschien is het goed om alvast te gaan malen’, adviseerde hij mij. Ik zeg: ‘Man, ik ben volop bezig water in te laten vanuit de rivier.  Dertig millimeter zou een geschenk uit de hemel zijn. Als ik de polders nu leegtrek, krijg ik het water niet meer terug.’ ‘Doe maar wat jij denkt dat goed is’, kreeg ik te horen. Ik heb op die dag niet gemalen. En die bui… die kwam pas drie weken later.”

Winter
Ook herinnert Heijkoop zich nog één van de eerste winters. “Het was net een beetje aan het vriezen. Maar het begon ook te sneeuwen. Er werd voor de volgende dag dooi voorspeld. Toen heb ik besloten om te gaan malen. Gelijk de voorzitter van de Nederwaard aan de telefoon: ‘wat doe je nou, je maalt al het mooie ijs weg?’ Ik wist dat het een risico was, maar ik vond het verantwoord. Nadat al het ijs was weggemalen. is het weer gaan vriezen en hadden we op de Nederwaard het mooiste ijs van de wereld. Veel mooier dan het papijs op de Overwaard.”

Heijkoop: “Om dit werk goed te kunnen doen moet je er hart voor hebben, met liefde. Ook je gezin moet er achter staan. Ik hield er elk moment rekening mee dat ik kon worden opgeroepen, ook al zat je op een verjaardag of was je ergens lekker aan het eten met je vrouw. Ik ben een keer teruggeroepen uit Drenthe. Ik ben gelijk de auto ingesprongen. Op weg naar Kinderdijk. Kom ik bij Utrecht in de file. Dat zijn momenten van grote stress.”

Heijkoop deed het werk samen met een waarnemend-machinist. “Als het echt nodig was, hadden we een systeem van: acht uur op, acht uur af. Dat is goed vol te houden. Maar na drie dagen weet je dan niet meer wat voor dag het is.”

Dick Aanen, oktober 2011