De versterking van de Diefdijklinie tussen Everdingen en Gorinchem herbevestigt de hegemonie van Holland boven Gelderland, zegt historicus Aart Bijl.

Bijl weet alles over de waterstaatkundige geschiedenis van de streek. In 1997 publiceerde hij zijn proefschrift ‘Het Gelderse water’, waarin hij onderzocht hoe in de periode 1809-1940 het Gelderse Beneden-Waal en Lingegebied (de periferie) achtergesteld werd bij de waterstaatkundige en economische belangen van Holland (het centrum).

De eigenlijke Diefdijk tussen Everdingen en Leerdam is aangelegd aan het eind van de dertiende eeuw, in opdracht van de beroemde Vijf Heren die het gebied rond Vianen en Leerdam destijds bestierden. Ze wilden voorkomen dat Holland nog langer lijdzaam zou moeten toezien als er in het Gelderse weer eens een rivierdijk doorbrak, wat in die tijd regelmatig gebeurde. In het begin was de Diefdijk niet veel meer dan een verhoogd handelsweggetje, maar in de loop der eeuwen werd het een echte robuuste dijk die in de eeuwen erna regelmatig moest verhoogd en versterkt.

De Diefdijk heeft -vooral in de visie van de Hollanders- in de loop der eeuwen z’n nut bewezen. Toch ging het ook een paar keer goed fout. In de periode van 1523 tot 1573 maar liefst vijf keer. “Bulderend stroomde het vloedwater door het dijkgat naar Holland, huizen, bomen, schuren, watermolens en kadavers meesleurend”, staat op het informatiebord bij de Wiel van Bassa, een zichtbaar litteken van de watersnoodramp van 1571.

Zwakke dijk
In de loop van de eeuwen bleek de Diefdijk niet voldoende om het Gelderse water te keren. Daarom werd ook de Noorderlingedijk extra verhoogd. En na de watersnood van 1809 werd begonnen met de aanleg van de Nieuwe Zuiderlingedijk. “Op die manier bleven de Hollandse hoge velden van Asperen en Heukelum bespaard van overstromingswater”, zegt Bijl. “Maar de Nieuwe Zuiderlingedijk is vanaf het begin een zwakke dijk gebleken. Een idee van de beroemde ingenieur Jan Blanken. In Holland is ‘ie een grote held, maar in het Gelderse kunnen ze die man wel schieten.”

Mislukking’
Bijl beschouwt de Nieuwe Zuiderlingedijk zelfs als een mislukking. “Dat komt omdat ‘ie op verkeerde ondergrond ligt, waarschijnlijk op veen. Zolang ‘ie bestaat is ‘ie al aan het verzakken. Daar komt nog eens bij dat de aannemers van destijds de boel behoorlijk hebben zitten beduvelen. Er was veel te weinig toezicht. De dijk moest binnen een bepaalde tijd op een bepaalde hoogte zijn. De verschillende aannemers die aan het project hebben gewerkt, hadden de handigheid om dat sneller te realiseren. Bijvoorbeeld door takkenbossen te gebruiken in plaats van zand. De dijk werd vervolgens afgedekt met klei. Je hebt dan weliswaar heel snel een hoog dijklichaam, maar die takkenbossen gingen op den duur natuurlijk rotten, waardoor de dijk ging verzakken en scheuren vertoonde. Want bij de watersnood in 1820, een paar jaar na de oplevering, brak de dijk al door.”

De Diefdijk heeft -vooral in de visie van de Hollanders- in de loop der eeuwen z’n nut bewezen.

Geen enkele functie
De Nieuwe Zuiderlingedijk heeft geen enkele functie, vindt Bijl. De dijken in het Rivierengebied zijn na de versterkingen in de jaren negentig voldoende op sterkte. “Tijdens de overstroming van 1926 was er een afvoer van 12.000 kuub per seconde bij Lobith. Daarna is het water nooit meer zo hoog gekomen, ook in 1995 niet. Maar sinds 1926 is de dijk wel met twee meter verhoogd. De kans dat ‘ie ergens doorbreekt is eens in de 1250 jaar. Maar ook al zou de dijk -bijvoorbeeld bij Varik- doorbreken, dan moet het mogelijk zijn om het gat, vooral met de huidige technische middelen, binnen drie dagen weer te dichten. Dan staat er in de Gorinchem-oost- het putje van Gelderland- echt nog geen halve meter water. De Diefdijklinie is natuurlijk een ontzettend mooi historisch erfgoed. Die moet je onderhouden en conserveren, maar ga daar geen miljoenen insteken.”

Stokpaardje
Bijl had gehoopt dat door de komst van één groot waterschap het project niet meer nodig zou zijn. “Het is een stokpaardje van Zuid-Holland. Waterschap Rivierenland heeft zich voor hun karretje laten spannen. Ik heb er jarenlang ontzettend tegen geageerd. Die 26 miljoen euro wordt nu gewoon over de balk gegooid. Alleen de weg- en waterbouwbedrijven hebben er baat bij. Die blijven op die manier aan het werk. Daar is niks mis mee. Maar zeg dat dan ook eerlijk. En ga niet met oneigenlijke argumenten zo’n dijkversterking zitten verdedigen.”