Gorinchem – Bij de hoogwaterdreiging in 1995 was bij rampenbestrijders nog betrekkelijk weinig bekend wat de exacte gevolgen zouden zijn van een eventuele  dijkdoorbraak. Schatting van de materiële schade en het aantal dodelijke slachtoffers was nog grotendeels gebaseerd op natte vingerwerk. Sindsdien zijn de rekenmethoden heel wat verfijnd.

Waterloopkundig ingenieur Wybren Epema uit Gorinchem geldt in Nederland als één van de grote experts op het gebied van dijken en veiligheid. Hij is momenteel betrokken bij het project Veiligheid van Nederland in kaart (VNK), waarbij de overstromingsrisico’s van alle 53 dijkringen in ons land exact zal worden bepaald. Een megaklus, die zeker nog drie jaar in beslag neemt.

Risicoanalyses
De bedoeling van de berekeningen is om de bevolking meer inzicht te geven in de werkelijke risico’s van overstromingen. Ook wordt nu veel meer duidelijk over de echte veiligheid van de waterkeringen langs de grote rivieren, de zeearmen, het IJsselmeer, het Markermeer en de kust. Epema: “Tot voor kort bepaalden we op basis van ervaringen uit het verleden met welke frequentie bepaalde waterstanden zich zouden voordoen. De kans dat de dijken in het Rivierengebied zouden overstromen werd op basis van die methode vastgesteld op één keer in de 1250 jaar. We weten echter al een tijdje dat er veel meer manieren zijn waarop een dijk kan bezwijken, zoals het gevaar van piping, overslag, opdrijving, afschuiving. En natuurlijk gewoon menselijk falen. Maar die faalmechanismen waren nooit meegenomen in de officiële risicoanalyeses. Dat gaat nu wel gebeuren. De kansen zijn nu al voor zestien dijkringen bepaald. Voor het rivierengebied, waar ook een deel van de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden toebehoort,  blijkt die kans bijvoorbeeld één op honderd, dus ruim tien keer zoveel als we altijd hebben gedacht. Daar zijn we ons rot van geschrokken.”

Gevolgen
Daar staat echter tegenover dat het aantal doden veel minder groot zal zijn dan we altijd hebben gedacht. Epema: “In Delft wordt momenteel door een promovendus gewerkt aan een zeer precies slachtoffermodel. Hoeveel mensen overlijden na een dijkdoorbraak is afhankelijk van hoe hard het water stroomt, hoe lang het stroomt, hoe snel het stijgt en hoe diep het water uiteindelijk wordt. Op basis van dit model heeft Jonkman het aantal doden tijdens de dijkdoorbraak in New Orleans geschat op 2000, weliswaar achthonderd meer dan de 1200 doden die er werkelijk vielen. Maar veel en veel minder dan de zestigduizend doden waar andere berekeningen vanuit gaan.”

De economische schade varieert van 160 miljoen op Terschelling tot bijna 300 miljard in Zuid-Holland. Uit de berekeningen volgt dat slechts een deel van de dijkring zal overstromen.

Hoogheemraadschap
Ruim dertig jaar lang was Epema de hoogste technische baas bij het hoogheemraadschap van de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden. Hij was verantwoordelijk voor alle dijkversterkingen sinds het eind van de jaren zeventig. Hij vertelde  dijklichamen, diepwandconstructies en over uitgekiend en robuuste dijkontwerpen. Met een simpele tekening kon hij aan collega’s, bestuurders en journalisten de meest ingewikkelde technische problemen uitleggen. Over dijklichamen, diepwandconstructies, robuust en uitgekiend ontwerpen. Hij laveerde handig tussen de belangen van bewoners, ondernemers en natuurbeschermers. Het ontwerpen kostte soms jaren en jaren door tijdrovende inspraakprocedures. Het maken van dijken was soms millimeterwerk. “Terwijl ik altijd voorstander ben geweest van robuuste dijken.”

In 1995 beleefde Epema zijn ‘finest hour’, toen het water in de rivieren tot aan de kruin van de dijk stond. In de Betuwe en delen van Gorinchem en Hardinxveld-Giessendam moesten honderdduizenden mensen worden geëvacueerd. In die dagen werd het hoogheemraadschap in Gorinchem overspoeld met telefoontjes van verontruste bewoners. Epema weet nog goed dat hij de burgemeester van Alblasserdam aan de lijn kreeg, een gemeente die in de verste verte geen gevaar had te duchten. “Ik heb hem toen gerust kunnen stellen: ‘wat u nou eens zou moeten doen, is gewoon uit uw raam kijken. Wat ziet u dan?’ ‘Ik zie helemaal niks’, was het antwoord. ‘Precies’, antwoordde ik. ‘Bij u komt helemaal geen hoog water. Want als het bij de grote rivieren mis is, is er aan zee meestal niks aan de hand. Dat was werkelijk een eye-opener voor hem.”

Scenario’s
Na het hoogwater van 1995 is voor de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden een cd-rom gemaakt met allerlei overstromingsscenario’s. Er werden twintig doorbraakpunten gemodelleerd. Bij elke mogelijke doorbraak kon steeds exact worden berekend wat de consequenties waren: hoeveel water komt het gebied binnen?, hoe hoog komt het water te staan?  Epema: “Wat we geleerd hebben is dat elke doorbraak z’n markante consequenties heeft. Als de dijk bij Alblasserdam doorbreekt, dan heb je te maken met een overstroming vanuit zee. Tijdens eb is er meestal een mogelijkheid om het gat in de dijk te dichten. De effecten zullen waarschijnlijk beperkt blijven tot alleen Alblasserdam, dat immers op het laagste puntje in de Alblasserwaard ligt. Als de dijk bij Hagestein doorbreekt en je hebt het gat niet op tijd dicht, dan breekt al gauw de Bazeldijk door en klettert het water als een tierelier door naar het laagste punt bij Alblasserdam en Papendrecht. Eén van de gevaarlijkste scenario’s is een dijkdoorbraak bij Boven-Hardinxveld. De wijk ligt immers in een strook die ingeklemd ligt tussen het Kanaal van Steenenhoek en de rivier. Het water kan daar niet weg. Dat is ook de reden dat dit het enige stukje Alblasserwaard is geweest, dat in 1995 moest worden geëvacueerd.”

De cd-rom met inundatiescenario’s zou bij op alle gemeentehuizen op de plank moeten liggen. “Het is een prima hulpmiddel om besluiten te nemen en bij dreigend hoogwater. Ik betwijfel echter of de cd-rom bij veel gemeenten beschikbaar is.”

Wonder
Na de grote waterschapsfusie is Epema vorig jaar voor zichzelf begonnen en dat bevalt hem eigenlijk uitstekend. Tijdens een hoogwaterconferentie in Roemenië mocht hij afgelopen voorjaar nog eens in z’n beste Engels uitleggen hoe we het hier in Nederland allemaal geregeld hebben. Hij vertelde over de eeuwenoude waterschappen en hoe we kunnen leven in een land dat voor de helft onder de zeespiegel ligt. “Wat voor ons heel gewoon is, vinden ze daar een wonder.”

Epema blijft zich evenwel verbazen over het gemak waarmee soms nog wordt gesold met de veiligheid. “Bij de vijfjaarlijkse toetsing van de dijken blijkt dat 24 procent slechts is onderhouden. Die dijken moeten eigenlijk direct worden aangepakt. In de Alblasserwaard gaat het vooral om het dijkvak bij Streefkerk. Hier doet zich een verschijnsel voor, dat ook wel bekend staat als ‘opdrijven’. Door een hoge waterstand in  de Lek wordt de waterdruk aan de landzijde achter de dijk zo groot dat de grond daar letterlijk wordt opgetild. Hierdoor kan die laag geen weerstand meer bieden tegen vervormingen van de dijk. In het ergste geval kan een deel van de dijk daardoor naar beneden schuiven. Dit dijkvak zou direct over een lengte van zestien kilometer moeten worden versterkt met een binnendijkse berm.”

Voor het achterstallig onderhoud van alle dijken in Nederland is een bedrag nodig van 1,6 miljard euro. De Kamer heeft onlangs besloten dat ze voor de verbetering slechts vierhonderd miljoen wil uitgeven. Epema: “Dat vind ik echt de bloody shame. Onbegrijpelijk voor een land dat beter zou moeten weten.”