Vuren – Jan Hoekstra en Marcus Maas waren tijdens en net na de oorlog gezworen kameraden. Als tieners beleefden ze spannende avonturen op Fort Vuren, waar de Duitsers nogal slordig om waren sprongen met granaten, geweren en ontstekingsmateriaal. “Met het spul wat we vonden hadden we  makkelijk het halve dorp kunnen laten opblazen.”

Jan (1928) was de zoon van ‘Ouwe Jan’, een gepensioneerde marineman die in 1933 door het ministerie van Oorlog werd aangesteld als fortwachter. Tot in de oorlog woonde de familie Hoekstra in een huis aan de Waaldijk. In de oorlog werd het huis gevorderd door de Duitsers. De familie vond onderdak in een verderop gelegen boerderij.

Pietje Precies

“M’n vader was niet één van de makkelijkste. Zeg maar gerust een Pietje Precies”, zegt de inmiddels tachtigjarige zoon. “Ouwe Jan bewaakte in z’n eentje de hele boel, niet alleen het fort maar ook het grote schootsveld daaromheen. Dan deed ‘ie z’n ronde door al die kringen rond het fort om te controleren of er niet stiekem werd gebouwd. Als er iets illegaals werd gebeurde, dan legde hij de bouw zonder pardon stil. Er waren die m’n vader wel konden schieten.”

Bezetting

Ouwe Jan Hoekstra ging tijdens de Duitse bezetting gewoon door met z’n werk. “Het maakte hem allemaal niks uit. In 1945 is ‘ie net zo makkelijk weer voor de Hollanders gaan werken. Ouwe Jan hield het fort nauwgezet in de gaten. Hij straalde gezag uit, wanneer hij met z’n handjes op z’n rug over het fort banjerde. Zelfs de Duitse commandant had maar naar hem te luisteren. De moffen respecteerden hem. Het hielp dat hij uit Groningen kwam en een taaltje sprak, dat heel erg veel leek op het Hoogduits.”

Munitieopslag

Fort Vuren, onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, diende voor de oorlog als munitieopslagplaats. Tijdens de mobilisatie in 1939 waren er Nederlandse soldaten gelegerd. Halverwege de oorlog namen de Duitsers het fort in bezit. Jan herinnert zich dat nog levendig. “Er heeft ook nog Duits geschut gestaan. Twee kanonnen: eentje van negentien centimeter en eentje van zeventien centimeter. Die schoten van die knapen af richting Waalwijk. Na zo’n knal was het dan wachten op het antwoord van de Engelsen. M’n vader reed over de dijk, terwijl de Engelse granaten over hem heen vlogen. Twee grote granaten zijn ingeslagen in een boerderij aan de Waaldijk. Een groot wonder dat niet het hele spul in de hens is gevlogen.”

Ouwe Jan was dan wel de gezagsgetrouwe fortwachter. Maar stiekempjes hielp hij de dorpelingen wel eens aan een stuk touw of ander gereedschap, die toebehoorden aan de Duitsers. Ook was hij in het geheim actief voor het verzet. Twee van zijn zoons, Cor en Hans, zaten ondergedoken bij Sprang-Capelle.

Tijd van z’n leven

Jonge Jan had als puber de mooiste tijd van z’n leven. “Ik liep vaak over het fort te banjeren. Samen met Marcus heb ik heel wat kattenkwaad uitgehaald. We vonden van alles: handgranaten, gewone patronen, slagkwikpijpjes. We konden de hele boel zo opblazen. Na de oorlog zijn we teruggegaan naar ons oude huis aan de dijk. We deden de deur van de ouwe poepdoos open en zeiden tegen mekaar: ‘moet je nou toch eens kijken, dat is een grote hoop. Wat zou je ervan denken…..? Hoe hoog zou dat opspatten? Wat zal dat vreselijk stinken.’ We hebben er een slagkwikpijpje ingedaan en pats boem, het hele zootje ontploft. Alles onder de stront. We hebben alles zelf op moeten ruimen.”

‘Zo was Jan’

Na de oorlog werden in Fort Vuren NSB’ers en andere landverraders gevangengezet. Zoon Jan heeft die tijd niet meer zo bewust meegemaakt, want hij vertrok al gauw naar Indië. Hij had voor die tijd nog wel z’n huidige vrouw, Jaantje Versteeg, leren kennen. “Dan liepen we over de dijk en dan lostte Jan een schot met dat geweer. Ik schrok me natuurlijk helemaal wild. Maar zo was Jan.”

Dick Aanen, 2009