Vianen – De film Garage 2.0 over autobedrijf Kooijman in Vianen was dit najaar één van de sensaties tijdens documentairefestival IDFA. Maandag 25 januari wordt de film uitgezonden op NPO 2 (20:30 uur).

Regisseuse Catherine van Campen is erin geslaagd een ontroerend mooi portret te maken van het succesvolle familiebedrijf, dat ondanks de crisis het hoofd boven water wist te houden. Vorige maand ging de film in première op het prestigieuze Amsterdamse filmfestival IDFA. De bezoekers waren laaiend enthousiast. En ook directeur Ger Kooijman is in z’n nopjes over het resultaat. “De film laat zien hoe het echt toegaat bij ons bedrijf.”

De filmmakers zochten voor de film een typisch familiebedrijf, liefst met een directeur die nog zelf actief meewerkt. En wat dat betreft waren ze bij Gert Kooijman aan het juiste adres. “En bovendien wilden ze een eigenwijze vent”, zegt de Vianese ondernemer met een brede glimlach. “De film toont de gedrevenheid van mij als ondernemer. Collega-dealers en andere ondernemers zijn benieuwd naar ons succes en weten ook hoeveel energie en passie daarvoor nodig is.”

Aarzeling
“Ik had aanvankelijk wel aarzeling om mee te werken. Je bent immer niet gewend aan een camera die de hele dag meekijkt. Wat verwachten ze van je?, wat willen ze laten zien? Ze willen openheid, maar hoe wordt dat in beeld gebracht? Wij hadden vantevoren afgesproken dat als wij vreemde dingen zouden zien die voor ons negatief zouden uitpakken wij aanpassingen zouden kunnen verlangen. Maar daar hebben we gelukkig geen gebruik van hoeven maken.”

In 2013 en 2014 is er maar liefst negentig dagen gedraaid. Er was geen script. De verhaallijn van de film heeft zich gaandeweg gemanifesteerd. Kooijman: “Ik heb me nergens bij ingehouden. De eerste drie dagen ben je voortdurend bezig met het microfoontje en met de camera die in je nek hijgt. Je moet uitkijken wat je zegt. Na drie dagen ben je dat kwijt.”

Naast Gert Kooijman wordt in de film ook ingezoomd op broer Ton (verantwoordelijk voor het bergingsbedrijf) en op Gert’s naaste medewerker. Een karakteristieke kerel. “De film is 100% echt”, benadrukt Kooijman. “Alles mocht in principe gefilmd worden: op kantoor, aan de balie, in de garage, bij vergaderingen, verkoopgesprekken, functioneringsgesprekken. Je ziet vreugde en verdriet bij medewerkers. Je ziet een vrouwelijke medewerkster die teruggezet wordt in haar functie. Dat geeft een heel eerlijk beeld. Achteraf heeft ze daar, op z’n Utrechts, heel nuchter op gereageerd. Zo van: ‘het is gewoon zo.’ Ik vind dat echt heel knap. Chapeau. Je zult maar zo op je nummer worden gezet door je baas.”

Tomeloze ambitie
Garage 2.0 laat vooral de tomeloze ambitie zien van de directeur, die altijd in alles de beste wil zijn. En die om die reden ook veel vraagt van zijn medewerkers. “Het gaat allemaal niet meer zo makkelijk als in ons topjaar 2006. Wij zijn onze medewerker voortdurend aan het trainen op de nieuwe werkelijkheid: wat gaat er nu gebeuren al een klant hier binnenloopt? Hoe ga je hem behandelen? Probeer in de huid van de klant te kruipen. In restaurant is het heel normaal om te vragen: heb u nog wensen. Kan ik nog wat voor u betekenen? Mag het een onsje meer zijn? Bij autobedrijf wordt zo’n vraag nooit gesteld. Terwijl dat heel normaal zou moeten zijn.”

Kooijman wil van zijn personeel een andere mindset. “Om het maar eens populair te zeggen: we willen van een monteur 1.0 een monteur 2.0 maken en van een verkoper 1.0 een verkoper 2.0. We vragen van elke klant een tevredenheidsscore. Een 7 of een 8 is voor ons niet goed genoeg. De klanten moeten zo happy en tevreden zijn, dat ze ons belonen met een 9 of een 10.”

Kooijman vindt het verkopen van auto’s nog steeds het allerleukste wat er bestaat, zegt Kooijman. “En het maakt me echt niet uit of het nu gaat om een auto van 1000 euro of eentje van 80.000 euro. Het is altijd heel mooi om te zien hoe open de mensen naar je zijn. Soms vertellen ze binnen drie tellen hun hele ziel en zaligheid. Dan weet ik alles: over de kinderen, hoeveel geld ze op de bank hebben staan. Ze geven je vertrouwen, die je nooit en te nimmer mag beschamen.”

Dick Aanen, december 2015