Meerkerk – Jaap van Belle moet het niet hebben van een flitsende presentatie. Oogt een tikkeltje saai en vertikt het om zich in een strak pak te hijsen. Maar houd hem in de gaten. Want deze Meerkerker brengt fouten van falende overheden genadeloos aan het licht.

Zijn manier van spreken sluit naadloos aan bij zijn grijs uiterlijk: vanwege zijn feitenkennis soms best landradig. En hij wordt lang niet altijd begrepen. Of wil de mens hem niet begrijpen? Het deert hem niet. Jaap is een onverzettelijke volhouder; heeft deze onverschrokken terriër zich eenmaal vastgebeten in een taai onderwerp, dan laat hij nooit meer los. Totdat wellicht het tegendeel boven water komt.

Van Belle moet het vanwege zijn gezondheid rustig aan doen. Toch maakt hij gedoseerd gebruik van zijn beperkte energie, om het recht te laten zegevieren. Bij het waterschap is hij kind aan huis. Het liefst gaat hij met deskundigen in discussie over een of ander ingewikkeld waterstaatkundig probleem waarvan velen nog niet eens het bestaan vermoeden: de opvoerhoogte van een vijzelgemaal, de teen van de dijk, de kohier behorende bij de onroerend zaakbelasting of de doorstroomsnelheid van het sluipverkeer.

Ook op het gemeentehuis alom respect voor Jaap, al heeft hij doorgaans geen hoge pet op van bestuurders. Hoe dan ook: in de ivoren machtstoren van het dorp is men altijd weer benieuwd naar de nieuwste gedachtenspinsels van deze Meerkerker. De vraag, wat vindt Jaap van Belle ervan?, lijkt de ultieme toets. ‘Ze vinden me lastig.’

Met regelmaat geeft Van Belle blunderende bestuurders en lakse ambtenaren een geweldige draai om de oren. Hij wroet in dikke ambtelijke dossiers en rapporten, die opgeslagen liggen achter een dikke kluisdeur in zijn monumentale huis. Neem het destijds vermaledijde centrumplan voor Meerkerk, waar hij honderen uren vrije tijd in stopte. Hij kreeg uiteindelijk zijn zin: door de plannen ging een fikse streep. Ook bestreed hij met kracht de aanleg van een plusstrook op de snelweg die rakelings langs zijn dorp scheert. Wekenlang was hij in de weer om de uitgangspunten van technische rapporten te ontrafelen.

Van Belle ligt regelmatig in de clinch met bestuurders. Als ze corrupt gedrag vertonen of de zaak willens en wetens beduvelen. Onder de noemer van ‘onrechtmatigheid’ legt hij hun met een stalen gezicht z’n verwijten voor. Best confronterend, een heftige aanvaring is zo nu en dan het gevolg. En Van Belle? Die blijft de keurigheid zelve. De onverzettelijke strijder ziet voorbeelden van bestuurlijk onvermogen en politieke onverschilligheid. Veel politici en wethouder zijn volgens hem vaak niet in staat om tot de essentie van een probleem door te dringen. Toch weigert Van Belle een actieve rol in de politiek. Hij blijft buitenstaander. En daardoor onafhankelijk.