Dit jaar is het 450 jaar geleden dat een stoet van 200 edelen onder leiding van Hendrik van Brederode, heer van Vianen, het beroemde Smeekschrift aanbood aan landvoogdes Margaretha van Parma. 

Met deze daad van verzet onderstreepte Van Brederode (‘de Grote Geus’) in 1566 zijn prominente rol in de aanloop naar de Opstand tegen koning Filips II van Spanje. Misschien nog wel meer dan Willem van Oranje. Maar die Hendrik van Brederode -die bekend zou worden als ‘de Grote Geus’- was bepaald geen ‘brave Hendrik’.

Van Brederode was samen met graaf Floris van Culemborg en graaf Lodewijk van Nassau (de jongere broer van Willem van Oranje) de aanstichter van het Verbond van Edelen. In het Smeekschrift staat een aantal eisen over de verzachting van de Plakkaten tegen de (protestantse) ketterij en het stoppen van de werkzaamheden van de Inquisiteurs.

“Door zich uitsluitend op de Inquisitie te concentreren, konden de uitdagers van het koninklijk gezag volhouden dat zij niet rebelleerden tegen de koning of de kerk, maar dat zij alleen maar een algemeen gehaat instituut uit de Lage Landen weg wilden hebben”, schrijft historicus Jonathan Israël in zijn boek De Republiek.

Hendrik de Grote Geus
Margaretha van Parma kon volgens Israël niet anders dan toegeven. Ze stemde in met het opschorten van een aantal Plakkaten, zolang het verzoekschrift onder weg was voor een definitief oordeel van koning Filips II. Veel edelen, Hendrik van Brederode voorop, zagen dit als een teken van overwinning. Door zijn prominente rol verwierf de Heer van Vianen en Ameide –en nog wat van die kleine dorpen- de eretitel ‘De Grote Geus’.

Drie dagen na de aanbieding van het smeekschrift was hij aanwezig op een groot Brussels feest. “Hij liet een bedelzak en een oude nap vol wijn brengen en dronk op de gezondheid van de Geuzen”, schrijft historicus J. B. Kuipers in zijn boek over ‘De Beeldenstorm’. “Vervolgens herhaalden de andere aanwezigen dit ritueel, waarbij ze trouw aan het Verbond zwoeren. De stemming na de aanbieding van het Smeekschrift was hoopvol, overmoedig zelfs.”

Hagepreken en Beeldenstorm
In de maanden daarna leefde het protestantisme in de Lage Landen op. Spontaan werden preken in de open lucht gehouden, de zogenaamde hagenpreken.

Het Protestantisme werd vooral openlijk beleden in vrije heerlijkheden, met name in Hoorne, Batenburg, Culemborg en Vianen. Volgens historicus Sander Wassing werd Vianen een verzamelplaats voor krijgsvolk. Het stadje was ‘het veelkoppige monster van de Opstand’, ‘een vergaarbak van ketters’.

Beeldenstorm
Het enthousiasme van de Protestanten ontaardde in de nazomer van 1566 in blinde woede tegen de katholieken. In augustus brak de beeldenstorm uit. Na een preek in Steenvoorde op 10 augustus barstte de bom. Een menigte overviel een klooster en sloeg de beelden stuk. De Beeldenstorm verspreidde zich snel door de Nederlanden. Het Habsburgse bewind wankelde op haar grondvesten.

De beelden in de Grote Kerk van Vianen bleven wonderwel gespaard, omdat Hendrik van Brederode -slim als hij was- veel beelden en persoonlijke familiebezittingen vroegtijdig liet overbrengen naar het Kasteel van Batenstein. Later koos hij voor een meer strijdbare koers. Hij wilde een gewapende strijd beginnen vanuit Amsterdam en Utrecht. Maar nadat een geuzenleger onder zijn leiding was verslagen bij Antwerpen, verloor hij de moed.

Bloedraad
Filips II sloeg in het voorjaar van 1567 keihard terug door de gevreesde hertog van Alva met een groot leger naar de Nederlanden te sturen om daarmee de Opstand te beteugelen. Alva stelde een Bloedraad in, die alle beeldenstormers, hagenprekers moest berechten.

In september 1567 stuurde hij liefst 170 juristen de Lage Landen in die getuigenissen over de gebeurtenissen moeten vastleggen en belastend bewijs moesten verzamelen. Na het lezen van al deze stukken velde Alva zelf het vonnis. 12.000 mensen werden bij verstek gedagvaard, daarvan eindigden 1100 het leven op het schavot.

Vaststaat dat er ook 44 personen uit Vianen zijn veroordeeld, 24 van hen eindigen op het schavot.

Willem van Oranje
Hendrik van Brederode zocht in de beginperiode van het bewind van Alva steun voor een gewapende strijd bij zijn vriend Willem van Oranje. Die weigerde. Van Brederode was diep teleurgesteld. Om aan de verschrikkingen van Alva te ontkomen, vluchtte hij naar Duitsland.

Op 28 mei 1568 werd Van Brederode door de Raad van Beroerten bij verstek gevonnist, maar hij was toen reeds op 15 februari 1568 in ballingschap op kasteel Horneburg bij Recklinghausen overleden. Enkele maanden later begon de echte strijd tegen de Spanjaarden, dit keer wel onder leiding van Willem van Oranje.

Pure opportunist
“Hendrik van Brederode staat bekend als vurig Calvinist”, zegt de Viaanse stadshistoricus en stadsgids Hans Kluit. “Als mensen in die tijd bedreigd waren, dan waren ze welkom in vrijstad Vianen. Maar Van Brederode was eigenlijk een pure opportunist. In 1564 liet hij nog een plakkaat ophangen in de stad, waarin werd opgeroepen om stadsgenoten met rare ketterse ideeën aan te geven. En toen hij in 1567 ziek werd, riep hij een pastoor aan zijn bed.” Hendrik was goed bevriend met Willem van Oranje. “Van beide heren is bekend dat ze nogal veel dronken. Om het populair te zeggen; ze zopen tegen de klippen op. Meer dan voor het lessen van de dorst nodig was, werd in die tijd gezegd.”

Het beeld wordt bevestigd door de Utrechtse historicus Maarten van Rossem. “Hendrik is altijd neergezet als een controversieel figuur”, zegt historicus Maarten van Rossem. “Hij was een drinkebroer, een feestnummer en een rokkenjager. Terwijl zijn jeugdvriend Willem van Oranje in onze vaderlandse geschiedenis op het schild is geheven en vooral in de 19e eeuw is neergezet als een smetteloos figuur. Maar Willem van Oranje was net zo’n grote drinkebroer en rokkenjager als Hendrik van Brederode.”

Dick Aanen, juli 2016