Amstelveen – Bovenkerker Arie Vrolijk (83) vertelt nog altijd graag over zijn mooie successen als motorcrosser. “Ik stond zo’n beetje elke week in de krant. Er was een heuse competitie wie destijds de beste Amstelveense sporter was: kunstrijdster Sjoukje Dijkstra, baanwielrenner Peter Post of ik.”

Samen met zijn vrouw Annie woont Arie nog steeds in het ouderlijke huis aan de Legmeerdijk. Zijn moeder had hier in zijn jeugd een winkel, waar van alles en nog wat werd verkocht: sigaren en sigaretten, manufacturen, ledikanten en stoelen. Vader Vrolijk was een keuterboertje met wat koeien en varkens. Daarnaast verdiende hij zijn geld als schillenboer. Arie: “We waren thuis met zeven kinderen. We hadden het niet breed, dus toen ik elf, twaalf jaar oud was moest ik volop meewerken met aardappelen schillen en het gras maaien.”

Op zijn veertiende ging Arie van school af. Hij vond werk bij Henk Zegwaard, de bekende fietsenmaker in het oude dorp van Amstelveen. Hij hield het er maar liefst zestig jaar uit: tot z’n 74e.

Van jongs af aan was Arie helemaal gek van sporten: hardlopen, schaatsen en fietsen. “We hebben een keer met een koppeltje de Afsluitdijk rondgefietst in de stromende regen. We hadden die dag 28 lekke banden. Van Emmeloord naar Muiden heb ik aan één stuk op kop gereden, zo kapot zaten die andere jongens.” De prijzenkast in de gang puilt uit. Arie heeft hele plakboeken vol met prachtige artikelen.

Successen
Maar uiteindelijk behaalde Arie de meeste successen met motorcross. Hij reed soms wel 41 wedstrijden in een seizoen. “De mooiste wedstrijd van het jaar was de Internationale Zesdaagse. We moesten elke dag afstanden afleggen van 250 kilometer over moeilijk begaanbare wegen. Die wedstrijden werden overal in Europa gehouden: België, Duitsland, maar ook achter het IJzeren Gordijn, zoals in Tsjecoslowakije.” Arie heeft de wedstrijd één keer gewonnen en behaalde twee keer een zilveren en twee keer een bronzen medaille. Zijn mooiste triomf behaalde Arie tijdens een motorcrosswedstrijd door de slufter op Texel. “De natuurjongens hebben geprotesteerd en daarom is die wedstrijd maar één keer gehouden.”

Oefenterrein
Bovenkerk en omgeving was in die jaren nog vooral polder en had prachtige terreinen om te trainen. “Tegenover ons huis lag het weiland van Broekhuizen, met daarvoor een sloot. Dan nam ik vanaf ons erf een flinke aanloop en crosste ik in één keer over de Legmeerdijk en zo met een reuzensprong over de sloot. M’n twee zussen stonden op de uitkijk om te controleren of er geen verkeer aan kwam.”

Maar ook de bouwput bij Startbaan en de randweg waren mooie trainingsgebieden. Z’n meisje kwam uit de Ronde Hoep. “Ik weet nog dat ik Annie in die strenge winter heb opgehaald met de motor. Ik zei: goed vasthouden. En dan reden we dwars tussen de ijsschotsen over de bevroren Amstel.”

Arie vindt het nog steeds leuk om te schaatsen op de Kleine of de Grote Poel. Maar als er ijs ligt, heeft hij het vooral druk met schaatsenslijpen. Hij is een echte vakman. “Het gaat om de juiste ronding: een kwestie van millimeters. Vroeger was er een aardig trucje. Je hield de ijzers tegenover mekaar. Vooraan moest er een rijksdaalder tussen passen, achter een gulden.”

Busongeluk
Arie en Annie maakten in hun leven ook heftige momenten mee. “In januari 1999 waren we betrokken bij een busongeluk in het Oostenrijkse plaatsje Finkenberg. Het gebeurde na een avondje rodelen. Het had behoorlijk gesneeuwd en de buschauffeur weigerde sneeuwkettingen om te doen. Bij een afdeling stortte de bus in het ravijn. Er kwamen twee Nederlanders om het leven. Gelukkig zijn wij er goed vanaf gekomen.”

Gelukkig in Bovenkerk
Arie en Annie zijn al 53 jaar getrouwd en nog steeds heel gelukkig in Bovenkerk. Het echtpaar kon ooit het huis verkopen aan een projectontwikkelaar die langs de Poel een appartementencomplex wilde bouwen. “We zijn er niet op ingegaan. We willen hier gewoon niet weg”, zegt zijn vrouw Annie.