Leerdam – Zadel- en tuigmaker Arie van Duffelen (83) uit Leerdam zet er na zeventig jaar een punt achter. Alhoewel.  ‘Ik denk dat ik het toch niet kan laten.’

Onlangs kondigde hij z’n afscheid aan. Maar inmiddels is de bejaarde Leerdammer door een vriend al weer gevraagd  voor een nieuwe klus. ‘Ik heb ingestemd, maar er wel bij gezegd dat ik er een jaar mee bezig zal zijn.’

Van Duffelen is een bekend gezicht in de paardenwereld. Naast zadel- en tuigmaker verdiende hij z’n boterham als fokker van heknies en tuigpaarden. Ook paradeerde hij met z’n tuigpaarden jarenlang op grote concoursen.

Met z’n grote knuisten snijdt de 83-jarige nog steeds met ogenschijnlijk speels gemak door het taaie leer. ‘Maar het gaat niet meer vanzelf. Voor dit vak heb je veel kracht nodig.’ Arie is in Nederland waarschijnlijk één van de laatste ambachtelijke zadel- en tuigmakers. ‘Je moet dit vak doen met passie. Je moet erin leven. Het was voor mij altijd een eer om van die zadels en tuigen iets heel moois te maken. Waar mensen jaren mee vooruit kunnen. Vorig jaar was ik bij een keuring in Herwijnen. In de ring zag ik een prachtig mooi tuig. Tegen de eigenaar zeg ik: ‘Piet, waar heb je die vandaan.’ ‘Weet je dat niet, Arie? Die heb ik dertig jaar geleden nog bij jou gekocht.’ ‘Piet’, zeg ik, ‘dan ben je er verrekte zuinig op geweest.’’

Veemarkt

Arie leerde het vak van z’n vader, die naast zadel- en tuigmaker ook z’n geld verdiende als hoefsmid en wagenmaker. Daarnaast had ‘ie nog een kachelwinkel. ‘Ik ben helemaal tussen de paarden opgegroeid. Toen ik acht was ging ik met m’n moeder al mee naar de veemarkt in Utrecht Na de lagere school kon ik gelijk aan de slag in de werkplaats van m’n vader . Het eerste tuig maakte ik voor de kolenboer op de Hoogstraat. Die kostte 17,50 gulden, een enorm bedrag in die tijd. Daarom mocht ‘ie het ook in twee keer betalen.’ In de jaren dertig beheersten paarden nog het straatbeeld. ‘De Stigter, Kruit en Kees de Spaarpot hadden een auto, voor de rest niemand.’ De bekende gezichten staan Arie nog helder voor de geest. Zoals koetsier Jan de Reuver in de Nieuwstraat. ‘Die had wel 28 paarden. Hij reed overigens alleen voor de geziene man, niet voor jou en mij. En dan had je nog Koos van den Heuvel aan de Vlietskant. Ik ging als kleine jongen al kijken als daar de paarden werden ingespannen. Een machtig mooi gezicht.’

‘beter het schuim van de negotie dan het vet van den arbeid’

De firma Van Duffelen beheerste destijd zo’n beetje de hele Hoogstraat. ‘Vader had ook een levendig handeltje in allerlei benodigdheden voor de boer. Je kon bij ons terecht voor een melkemmer, een melkblok, een koedek of voor helsters. Voor alles eigenlijk wat met de boerderij had te maken. Eén van onze trouwste klanten was de paardenfamilie Van Heemskerk in Asperen, die regelmatig koedekken, cobauwen en helsters nodig hadden.’

Ook Arie handelde in van alles en nog wat. ‘Ik probeerde overal geld van te maken. Eén van mijn levenslessen is: ‘beter het schuim van de negotie dan het vet van den arbeid’.’

Arie: “Als ik vroeger concoursen bezocht, ging ik niet tussen het publiek zitten, want daar viel niks te halen. Ik ging naar het achterterrein, waar de paarden werden in- en uitgespannen en waar ze werden klaargemaakt. Daar zaten de mensen, waar ik geld aan kon verdienen. Ik kende ze allemaal, maakte altijd met iedereen een praatje en dat leverde ook wat op. Na zo’n dag had ik altijd weer handel. Dat zat gewoon in mij.”

India en Pakistan

Het echte ambacht van zadel- en tuigmaken wordt amper nog gepraktiseerd in Nederland. Echte vaklui zijn schaars. Arie: “De klad zit erin. Zadels en tuigen worden nu gemaakt in India of Pakistan. Ze zijn te koop voor iets meer dan driehonderd euro. Daar kan een vakman uit Nederland niet tegenop. We hebben onszelf uit de markt geprijsd. Maar één ding weet ik absoluut zeker: de zadels en tuigen uit die goedkope landen gaan geen dertig jaar mee, zoals die van mij.”

Dick Aanen

Januari 2012