Ammerzoden – Varkens op de biologische boerderij van Andries en Janny van den Bogert aan de Mezenweg in Hedel krijgen alle ruimte van de wereld. Ze banjeren en wroeten vol overgave door de modderpoel, snuffelen nieuwsgierig aan de broekspijp van de blauwe overall van hun baas.

In de kraamstal buitelen de jonge biggetjes over elkaar heen en lurken aan de spenen van hun moeder fokzeug, die zichtbaar ligt te genieten in het stro. Het is een prachtig schouwspel. De zeug en de biggetjes hebben in hun stal twee keer zoveel ruimte als in een traditionele stal. Ze kunnen op elk gewenst moment naar buiten: de zeug door met z’n snuit tegen de grote staldeur te duwen, de biggetjes hebben hun eigen kattenluikje.

“Toen wij hier mee begonnen, hadden we maar één ding voor ogen: het welzijn van de varkens”, zegt Janny.

Andries en Janny runnen hun boerderij aan de Mezenweg nu ongeveer zes jaar. Voor die tijd hadden ze een gangbaar varkensbedrijf aan de Ammerzodenseweg, iets verderop in het dorp. Janny: “We zijn op die locatie tien jaar bezig geweest om ons bedrijf uit te breiden, waardoor het toekomstbestendig zou worden. Maar dat is uiteindelijk niet gelukt. Ons bedrijf grensde aan een burgerwoning. De Vereniging Milieu Offensief heeft zich verzet tegen de gemeentelijke milieuvergunning. Die is bij de Raad van State gesneuveld, vooral omdat de gemeente de onderliggende rapporten niet goed had onderbouwd.”

Omslag

In 2001 kwam de omslag. Toen zijn Andries en Janny zich serieus gaan oriënteren op een andere manier van varkensboeren. Niet alleen de uitspraak van de Raad van State was belangrijk. “Het feit dat in dat jaar ook de mkz-crisis uitbrak heeft het proces versneld.” Ze konden hun boerderij verkopen en in 2003 kregen ze vergunning om nieuw te bouwen. “Aan de Ammerzodenseweg hadden we 180 zeugen. We verkochten de biggetjes als ze 25 kilo waren aan een afmestbedrijf. Op ons nieuwe gesloten bedrijf hebben we 130 fokzeugen. Als de vleesvarkens 130 kilo wegen, gaan ze direct naar het slachthuis.”

De beginjaren waren niet echt heel florissant. Janny: “Toen wij startten, was de markt heel slecht. Er zijn in die tijd veel biologische varkensbedrijven gesaneerd. Sinds die tijd groeit de markt. Mondjesmaat, maar toch. Er zijn in Nederland iets meer dan zestig biologische varkensbedrijven. Momenteel is ongeveer twee procent van het varkensvlees wat in Nederland wordt geconsumeerd biologisch.”

Voorzitter

Andries is al een tijdje voorzitter van de Vereniging Biologische Varkenshouders, waar zo’n vijftig biologische varkensboeren bij aangesloten zijn. “We hebben een ook eigen merk: BioVarken®. Dat presenteren we als lekker vlees met een eerlijk verhaal. We leveren aan horeca en aan cateringsbedrijven.” Wakker Dier heeft de afgelopen tijd fel actie gevoerd tegen de goedkope kiloknallers van de C1000. “Soms werken we aan zo’n actie mee, maar niet altijd. ”

De omschakeling van gangbaar naar biologisch is best drastisch, zegt Janny. “Het belangrijkste verschil is dat de varkens veel meer ruimte hebben. Ze hebben een uitloop naar buiten krijgen regelmatig vers stro in de stal. De biggen liggen twee tot drie weken langer bij de zeug. We knippen niet langer de staartjes van de varkens af. En biologisch wil ook zeggen dat je de tanden niet vijlt, maar dat deden we ook op ons vorige bedrijf al niet.”

Handwerk

De varkens krijgen bovendien biologisch voer, geteeld zonder bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Janny: “Het kost ook wel wat meer handwerk. Omdat de varkens meer ruimte hebben, moet je ook echt de stal in om ze goed te kunnen bekijken en te controleren. En we zijn veel meer tijd kwijt aan het schoonhouden van de stallen en het uitscheppen van het mest.”

Ondanks het harde werken is het volgens Janny veel leuker om op deze manier je boterham te verdienen. “Uiteindelijk gaan alle varkens naar de slacht, of ze nu via de gangbare of via de biologische manier zijn gefokt. Maar de tijd dat ze hier zijn, hebben ze wel een veel aangenamer leven. Je kunt het ook merken. Ze zijn veel rustiger, minder gestrest. Ze kunnen veel meer hun eigen gang gaan.”

Varkensvlees is volgens de consumenten veel lekkerder dan gangbaar vlees: rijper, minder waterig en smaakvol. Maar eerlijk is eerlijk: biologisch varkensvlees is nog altijd een stuk duurder dan de kiloknaller in de supermarkt. Janny: “Misschien wel drie keer zo duur. Maar als je het vergelijkt met wat je bij de keurslager betaalt voor een kilo gangbaar varkensvlees, dan zijn de verschillen helemaal niet zo groot. Ik denk zo’n 25 procent. Eigenlijk zouden de consumenten dat er toch gewoon voor over moeten hebben.”