Gorinchem – Begenadigd tienkamper Bert Vreeswijk heeft zijn kennis over deze meerkamp gebundeld in een lijvig handboek.

Het handboek ‘Tienkamp Totaal’ is bedoeld voor beginnende en gevorderde atleten, is een ode aan het atletiekonderdeel, dat in 1912 in Stockholm voor het eerst op het Olympisch programma stond.

Vreeswijk pakt in het zeer rijk geïllustreerde boek breed uit over de geschiedenis, de mondiale ontwikkeling, de techniek van de diverse disciplines, de training, planning en de voeding. “De tienkamp is prachtig, omdat het alles in zich verenigt”, zegt de Gorcumer, die op zijn 62e nog zo fris oogt als in zijn beste jaren. “Als tienkamper moet je op en top allrounder zijn. Je moet over conditie beschikken, maar ook over coördinatie en techniek. Tienkampers verenigen lenigheid en kracht, terwijl dat eigenlijk tegenpolen zijn. En toch kan het.”

De Gorcummer volgt al decennialang de verrichtingen van de wereldtop. Hij was erbij tijdens de Olympische Spelen van Barcelona (1992), Athene (2004) en Bejing (2008) en ook in Londen zal hij deze zomer van de partij zijn. “En ik ben ook alweer aan het sparen voor de Spelen van Rio de Janeiro in 2016.” Tijdens wedstrijden van de wereldtop in Oostenrijk wist hij een perskaart te versieren. Hij maakte van dichtbij liefst 850 foto’s voor zijn boek. “Ook heb ik topatleten kunnen interviewen, zoals wereldrecordhouder Roman Sebrle en Eelco Sintnicolaas.”

Typhoon
Vreeswijk, opgegroeid in het inmiddels gesloopte Tweede West in Gorinchem, weet nog goed hoe hij als avontuurlijke tiener werd bevangen door de atletieksport. “Ik was een echte allrounder. Te klein voor de werpnummers, maar dat compenseerde ik met mijn loopvermogen.”

De echte doorbrak kwam, toen hij op het CIOS in contact kwam met atletiek-docent Wil Westphal. “Onder leiding van meerkamp-bondscoach Jaap Noordenbos volgde de centrale training op sportcentrum Papendrecht en al snel kwam er een uitnodiging voor deelname aan de meerkamp-landenploeg. Bij een interland tegen onder andere de voormalige DDR won ik het tienkamp-onderdeel 1500 meter: in 4:12. Er was geen één tienkamp in de hele wereld die zo snel was.”

Vreeswijk volbracht in die tijd in totaal 28 tienkampen.  Tijdens negen edities behaalde hij meer dan 6000 punten. Al voor zijn dertigste moest hij stoppen met de tienkamp vanwege een hardnekkige achillespees. “Noodgedwongen ben ik me meer gaan richten op de duursporten, maar ik bleef een allrounder in hart en nieren.”

Iron Man
In 1983 volgde voor Vreeswijk een  nieuwe sportieve uitdaging: de triathlon. “Ik zag bij de Avro een reportage over de Iron Man op Hawaii. Heel veel mensen herinneren zich nog wel de beelden van Julie Moss, die vrouw die helemaal uitgedroogd was en de laatste meters zwalkend en kruipend aflegde en net voor de finishstreep ook nog werd ingehaald.” Dat de triathlon inderdaad een lijdensweg kan zijn ondervond Vreeswijk een jaar later zelf, toen hij meedeed aan de eerste editie van de Triathlon van Almere. “Ik ben toen bijna verzopen, zo koud was het water. We hadden nog geen wetsuits.”

In twintig jaar voltooide hij zo’n 260 hele, halve en kwarttriatlons. Hij schreef een boek over de triathlon, was nog een blauwe maandag bondscoach en begeleidde jarenlang de Turkse nationale ploeg. En: hij is getrouwd met een Finse triathlonkampioen.

Op z’n vijftigste zette Vreeswijk een punt achter zijn triatloncarrière. Hij ging polsstoktraining geven bij zijn club Typhoon. “Op een dag zei één van die kinderen tegen mij: ‘Bert, kun je dat zelf ook nog?’ Dus pakte ik een stok uit de foedraal, nam een aanloop en sprong op mijn oude dag toch nog drie meter. Vanaf dat moment ben ik weer gaan trainen. Sinds die tijd doe ik mee aan nationale kampioenschappen voor masters. Tot nu toe heeft dat geresulteerd in 38 gouden, zilveren en bronzen medailles. Ik realiseer me best dat het in de marge is waar je als master mee bezig bent, maar daar gaat het uiteindelijk niet om. Het gaat erom dat je op je 62e nog met heel veel plezier in je sport kan hebben.”

Het eerste exemplaar van Tienkamp Totaal wordt vrijdag 11 mei in het Olympisch Stadion in Amsterdam overhandigd aan de dochter van Eef Kamerbeek, de meest legendarische Nederlandse tienkamper ooit.

Dick Aanen, november 2012