Leerdam • Guido van den Berg (32) zegt zijn veilige leventje in Nederland vaarwel en begint een camp in Lapland.

En….kunnen we al terecht op je camp?

“Nog heel even wachten. Er ligt nu nog sneeuw. Maar deze zomer hoop ik mijn eerste gasten te ontvangen in Moosecamp.”

Waarom uitgerekend een camp beginnen in Lapland?

“Toen ik drie was, ging ik al met mijn ouders naar Zweden op vakantie. Op mijn twaalfde vertelde ik al dat ik hier een camping wilde beginnen. En nu ga ik mijn droom ook echt waarmaken. Dat voelt geweldig. Ik ben altijd in de ban geweest van de enorme ruimte, en de overweldigende schoonheid van het land. Ik heb er heel veel gereisd. Altijd in mijn eentje. Met een rugzak, zo basic mogelijk. Klimmen met stokken, trekkings, dat soort dingen. Er waren dagen dat ik geen mens tegenkwam. Ik had hooguit één keer per week contact met mijn moeder. Lapland is zo vreselijk mooi. Het is avontuur en pure romantiek tegelijkertijd. De leegte is enorm. Het is daar zesduizend keer zo dunbevolkt als in de provincie Zuid-Holland. Je komt in een omtrek van twintig kilometer geen mens tegen. Er is ook een keerzijde: je hebt er niet zoveel. Voor een specialistische behandeling aan mijn ogen moet ik vierhonderd kilometer reizen. Lapland is de laatste grote wildernis van Europa. Als je daar wandelt, word je vanzelf helemaal één met de natuur. In de winter is er het noorderlicht, in de zomer de midzomernacht. In de winter heb je hooguit twee uur zon per dag. Mensen vragen me vaak of ik daar niet depressief van word.”

Je bent het liefst alleen. Toch liep je op IJsland een Zweedse schone tegen het lijf?

“Tijdens een vijfweekse trip ontmoette ik Ida-Marie. Ze vertelde dat ze in Lapland woonde. Er was gelijk een enorme klik met haar. Ik heb haar verteld over mijn droom. In december 2010 heb ik bij haar gelogeerd. Toen ik terugging naar Nederland had ik voor de eerste keer in mijn leven geen thuisreisgevoel naar de Hollandse polder. Lapland was voortaan mijn thuisland, dat wist ik zeker.”

De afgelopen maanden heb je veel werk verzet om de camp op te zetten. Wat zijn je plannen?

“De voorbereidingen zijn inmiddels achter de rug. Op het terrein komen zeven basishutten voor in totaal 22 personen. Verder is er ruimte in het bos om een tent neer te zetten. Er zijn geen faciliteiten voor campers en caravans. Dat doe ik heel bewust. De mensen die op deze manier willen reizen staan net iets te ver af van wat ik aanbied. Deelnemers zullen over een redelijke conditie moeten beschikken en zich bewust moeten zijn van de bijzondere condities in Lapland.”

Dus voor mensen die iets avontuurlijks willen?

“Inderdaad, maar die gelijk wel een stukje veiligheid willen bewaren. Ik zoek het liefst groepen en mensen die qua conditie aan elkaar gewaagd zijn.”

Wat is er precies te doen?

“In de zomer zijn bezoekers vrij om te doen wat ze willen. Er zijn heel veel wandelpaden. Ze kunnen, indien gewenst, mij of een ander als gids inhuren. In de winter is het eigenlijk niet verantwoord om alleen op pad te gaan. Het kan in Lapland zomaar -42 graden worden. Als je bij die temperatuur de weg kwijtraakt, dan betekent dat zo goed als zeker je dood. Maar ook in deze periode zijn er avontuurlijke trips. Denk bijvoorbeeld aan ijsvissen, tochten met hondensleden of met de sneeuwscooter, of sneeuwhikes. Ik ga dan altijd mee als gids. Ik ben bekend met het handelen in noodsituaties op verschillende fronten. Voordeel is dat ik onder dat soort omstandigheden altijd ontzettend rustig blijf. ”

Wat kun je doen in de winter?

“Een echte belevenis is ijsvissen. Dat moet je een keer meegemaakt hebben. Er zijn enorme vissen, zoals de sig. Hiervan verzamelen we in december de eitjes. Het is een echte delicatesse waar je in het zuiden grof geld voor betaalt. Als je dan ‘s avonds bij het haardvuur je visje zit op te peuzelen, dan geeft dat een enorme kick.”

Dus je komt niet terug naar Nederland?

“Nee, ik denk het niet. Die camp, dat is wat ik wil. In navolging van Gandhi zeg ik: als je doet wat je leuk vind, hoef je nooit hard te werken.”\

Dick Aanen, mei 2012