Ottoland – Het hart van het dorpje Ottoland verandert op vrijdagavond 28 februari 1986 in een helse vuurzee. De ene na de andere monumentale boerderij gaat in vlammen op. Het is achteraf een wonder dat niet het halve dorp afbrandt.

Het vriest die avond dat het kraakt en er waait een straffe oostenwind, stormkracht acht. De Alblasserwaard zit rond half negen massaal voor de buis en kijkt naar een uitzending met streekgenoot Maarten Schakel in de hoofdrol. Het is een enerverende week geweest. De dag ervoor wint Evert van Benthem voor de tweede keer de Elfstedentocht en op zaterdag wacht weer een oergezellige molentocht. In de Landbouwschool aan de Vuilendam vergadert de Christelijke Boeren en Tuindersbond. Ottolander Leen Groeneveld heeft net de opening verricht als de pieper gaat. Vrijwillige brandweerlieden verlaten snel de zaal. Ze weten dan nog niet wat er die avond te gebeuren staat. De kersverse burgemeester van Graafstroom Gerrit Abbring is ook aanwezig. Hij kijkt nog een keer nieuwsgierig naar buiten en schrikt zich een hoedje. De hemel ter hoogte van de Vlietebrug is dan al rood gekleurd. “Dit is geen gewone brand”, beseft hij gelijk.

Inferno

Als hij twee minuten later op de plek des onheils arriveert, slaat hij direct groot alarm. Binnen de kortste keren arriveren 130 brandweerlieden van 22 omliggende korpsen. Voor de ogen van de toegestroomde nieuwsgierigen voltrekt zich een ramp, een inferno. De ene na de andere boerderij gaat in vlammen op. Er is een heuse vonkenregen die door de storm honderden meters wordt meegevoerd. ‘Als vuurpijlen schoten de vonken en de stukken riet door de lucht’, zegt ooggetuige Arie Arendze, wiens ouderlijke huis die avond wonderwel gespaard blijft. Brandweer en bewoners doen er alles aan om de kurkdroge (rieten) daken nat te houden.

Menselijke drama’s

Er voltrekken zich menselijke drama’s. Goof Aanen verliest alles, maar vindt later nog wel het zendingszakje terug met daarin het zorgvuldig bijeen gespaarde bedrag van driehonderd gulden. Buurvrouw Plien Swijnenburg heeft ook niks kunnen redden. ‘Ik had zelfs geen stukkie papier om m’n gat af te vegen’, zegt ze later tegen een journalist van het Algemeen Dagblad. De dan 16-jarige Arie de Cock grist nog net het spaargeld uit zijn slaapkamertje. Broertje Arjan weet de studieboeken van de landbouwschool te redden. Er vallen die avond geen slachtoffers. Wel komen drie koeien om in de vlammenzee. In totaal 32 bewoners raken dakloos. Het Groene Kruisgebouw in de directe nabijheid van de Vlietebrug wordt omgebouwd tot opvangcentrum.

Ramptoeristen

De beheerder van Boerenklaas zorgt die nacht voor soep en broodjes, die hij toch al klaar heeft klaar staan voor de deelnemers aan de molentocht. In het weekend wordt het dorp letterlijk overspoeld door duizenden en nog eens duizenden ramptoeristen. De deelnemers aan de molentocht moeten honderden meters klunen, omdat er door de brandweer grote blokken ijs zijn uitgezaagd. De saamhorigheid in het dorp is groot. Enkele dorpsgenoten richten een hulpcomité op voor de slachtoffers. Er wordt in korte tijd 300.000 gulden opgehaald. Al na enkele weken is het puin geruimd en wordt gestart met de herbouw. Gemeente en provincie verlenen alle medewerking met bestemmingswijziging en bouwvergunning. Een jaar later al is het hart van het dorp uit de as herrezen. Op de plek van de boerderijen staan dan al zeven gloednieuwe villa’s.

Na 25 jaar is nog steeds weinig duidelijk over de oorzaak van de brand. Vaak is verondersteld dat de brand zou zijn ontstaan door het omvallen van een kacheltje  bij het schoonmaken van een brommer. ‘Onzin’, zegt Janneke van Erk-van Houweling tegen een journalist van Het Kontakt. Nog vaak wordt haar naam gefluisterd als veroorzaker van de brand. Ze was die avond wezen schaatsen op de Ottolandse schaatsbaan en werd bij terugkomst geconfronteerd met een beginnende vuurzee die al niet meer te stoppen was. ‘In Nieuw-Lekkerland zou die avond een grote vuurbal aan de hemel waargenomen zijn. Ze hadden het over kortsluiting. Dat kan niet, want er was geen stroom in het schuurtje. Of een weggeworpen sigaret vanaf de ruilverkavelingsweg.’

De echte oorzaak is na dertig jaar nog steeds niet duidelijk.

Dick Aanen, februari 2016